 |
 |
 TWINTIG KEER: IK KAN !!!
Religie/Christendom | Welkom
|
02 Oktober 2009 | 08:56:56
 |
TWINTIG KEER: IK KAN !!!,
misschien heb jij of iemand anders er wat aan!
1. Waarom zou ik nog zeggen:"dat kan ik niet", als in de bijbel staat: "ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft". (Fil. 4:13)
2. Waarom zou ik nog iets tekort komen, als ik weet dat God in al mijn behoeften naar zijn rijkdom heerlijk zal voorzien in Christus Jezus? (Fil. 4:19)
3. Waarom zou ik bang zijn, als in de bijbel staat dat God mij geen geest van lafhartigheid heeft gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid? (2Tim.1:7)
4. Waarom zou ik denken dat ik te slecht ben; ik weet toch dat God mij een bepaalde mate van geloof heeft toebedeeld? (Rom. 12:3)
5. Waarom zou ik zwak zijn, als de bijbel zegt dat de Here mijn sterkte is, en dat ik sterk zal zijn en daden doen, omdat ik God ken? (Ps.27:2 Dan. 11:32)
6. Waarom zou ik mijn leven laten beheersen door Satan; ik weet toch dat Hij die in mij is meerder is dan die in de wereld is? (1 Joh. 4:4)
7. Waarom zou ik nederlagen voor lief nemen, als er in de bijbel staat dat God mij altijd naar de overwinning leidt?
(2 Kor.2:14)
8. Waarom zou ik Wijsheid tekort komen, als Christus voor mij Gods wijsheid is geworden en God mij wijsheid geeft als ik Hem erom vraag? (1Kor.1:30 Jak.1:5)
9. Waarom zou ik neerslachtig zijn, als ik mij Gods liefde, zorg, medelijden en trouw kan herinneren; dat geeft mij hoop? (Klaagliederen 3:21-23)
10. Waarom zou ik me zorgen maken, als ik al mijn bekommernissen op Christus kan werpen, want Hij zorgt voor mij? (1Petr.5:7)
11.Waarom zou ik een gevangene zijn, als ik weet dat ik door de Heilige Geest vrij ben? (Gal.5:1)
12. Waarom zou ik mij afgewezen voelen, als er in de bijbel staat dat ik niet veroordeeld ben, omdat ik in Christus ben? (Rom.8:1)
13. Waarom zou ik me eenzaam voelen; Jezus heeft immers gezegd dat Hij altijd met mij is en mij niet zal begeven, noch verlaten? (Mat.28:20 Heb.13:5)
14.Waarom zou ik mij minderwaardig voelen of teneergeslagen; in (Gal3:13,14) staat toch dat Christus mij vrijgekocht heeft van de vloek der wet, opdat ik de belofte van de Heilige Geest ontvangen zou?
15.Waarom zou ik ontevreden zijn, als ik, net als Paulus, kan leren genoegen te nemen met de omstandigheden waarin ik verkeer? (Fil. 4:11)
16. Waarom zou ik mij onwaardig voelen, als Christus voor mij tot zonde gemaakt is, opdat ik gerechtvaardigd in Hem zou worden? (2Kor.5:21)
17. Waarom zou ik aan achtervolgingswaanzin lijden, niemand kan immers tegen mij zijn, als God voor mij is? (Rom.8:31)
18. Waarom zou ik verward zijn? God is geen God van wanorde, maar van vrede. Door de Geest die in mij woont, geeft Hij mij wijsheid. (1Kor.14:33 1Kor.2:12)
19.Waarom zou ik mezelf als een mislukkeling zien? Door Christus ben ik in alles een overwinnaar. (Rom.8:37)
20. Waarom zou ik mij door het leven teneer laten drukken?
Jezus heeft de wereld overwonnen; dat geeft mij moed. (Joh.16:33)
|
|
|
 |
 ‘God ziet in elke stad en dorp slechts één Kerk’
Religie/Christendom | Goed nieuws
|
28 September 2009 | 23:23:14
 |
@Hans Eschbach
‘God ziet in elke stad en dorp slechts één Kerk’
Hans Eschbach (Directeur van het Evangelisch Werkverband binnen de Protestantse Kerk in Nederland)
God ziet in elke stad en dorp slechts één Kerk. Er is maar één Lichaam van Jezus Christus, alle naambordjes hebben we zelf gemaakt.
Wij maken scheiding door onze denominaties. Daar komt de uitdrukking vandaan: ‘Eén Nederlander is een gelovige, twee Nederlanders vormen een kerk, drie Nederlanders zorgen voor een kerkscheuring.’ Er is in het verleden een sterk dogmatisme geweest. Je werd afgemeten op het onderschrijven van bepaalde dogma’s.
We dienen te beseffen dat wij samen de Kerk vormen. De bruidsgemeente moet klaar zijn voor de dag dat onze bruidegom komt, maar nu hebben we een gescheurd bruidskleed aan. Laten we zoeken naar eenheid in verscheidenheid, waarbinnen voor allerlei vormen ruimte is. Uniformiteit zou in mijn ogen zwakte zijn, omdat de Kerk juist sterk is door haar veelkleurigheid. Wij kunnen accenten leggen, maar niemand kan alleen de veelkleurigheid van Gods gemeente vertalen. We hebben elkaar nodig.
Wij zijn berucht om onze botheid en betweterigheid. Die schoolmeesterhouding zit ook in ons kerkelijk leven Wat zou het toch goed zijn als we daar eens mee ophielden. Ik zou kritisch kunnen zijn over de PKN, maar kies voor een positieve insteek, ook al weet ik wat er allemaal fout is. Als ergens een zwakke plek zichtbaar wordt, is het beter daar met een dienende houding op te reageren: hoe kan ik een beweging op gang brengen om die zwakke plek te versterken en te zorgen dat het daar goed gaat? Ik heb moeite met groepen die precies weten wat er bij een ander fout is. Als je iets niet goed vindt, moet je dat niet alleen afkraken en afbreken, maar er ook iets opbouwends tegenover zetten.
Stel dat je opmerkt dat er binnen de kerken nauwelijks geloofsgesprekken zijn – mensen gaan op zondag naar de kerk en weer naar huis, dan heb je het weer gehad voor een week - ga daar dan niet met de vinger naar wijzen, maar help ze om de Bijbel ook in de huiskamer te openen. Dat doen we met onze Gemeente Groei Groepen, waarvan er zo’n 1.500 zijn binnen de PKN.
Als we de eenheid in Christus serieus nemen, zullen we als gelovigen naar elkaar toe moeten buigen. Voor evangelischen betekent het, dat ze zich moeten realiseren dat de Kerk ouder is dan hun gemeente. Ontken niet wat God gedaan heeft en doet in en door de Kerk van alle eeuwen.
Voor de Kerk betekent het, dat ze moet erkennen dat ze onderweg wel veel van de oorspronkelijke kracht van het Evangelie is kwijt geraakt. Hoe kan Gods Geest weer voluit de ruimte krijgen in het leven van de gemeente?
Ik heb al veel profetieën gehoord dat er opwekking komt in Nederland. Daar verlang ik naar, maar aan semi-profetische uitspraken doe ik niet mee. Ik gebruik liever het voorbeeld uit 2 Koningen 3 waar de profeet Elisa tijdens een grote droogte zegt dat er greppels moeten worden gegraven, omdat God een enorme hoeveelheid water zal sturen waarmee het hele dal gevuld zal worden. Het leger heeft dorst en er zijn geen aanwijzingen dat er water op komst is, maar toch beginnen ze in geloof greppels te graven in de woestijn. Zo werken wij ook in de kerk. We graven greppels, geïnspireerd door de belofte van God. Maar de ‘zegen-regen’ maken we niet zelf. Die wordt ons gegeven. Wij mogen greppels graven in het geloof dat God de Heilige Geest over ons land zal uitstorten. Dorsten we daarnaar? Tijdens het graven, maken we ook onderlinge verbindingen naar elkaar, zodat het water niet alleen in gemeente x of y zal stromen, maar door alle kerken heen, in het hele land!
Volgens mij gaat het type kerk zoals we vandaag de dag vaak zien verdwijnen: een bijeenkomst van gelovigen, waar iemand vooraan een lange preek staat te houden, waarna de kerkgangers weer naar huis gaan. De kerk van de toekomst wordt een netwerk van discipelschapskringen: huiskamergroepen waar samen het Woord wordt gelezen en besproken, waar geestelijk leven en geloof gebouwd wordt in een sfeer van vertrouwelijkheid, waar pastoraat en diaconaat plaatsvindt. Die kringen zullen de ruggengraat van de Kerk worden. Het is een Bijbels model, want ook Jezus sprak tot grote groepen mensen, maar het persoonlijke contact en pastorale werk gebeurde in de kring van discipelen.
Er gaan honderden kerken sluiten. Peter Sleebos van de VPE stelde voor om hier samen verantwoordelijkheid voor te nemen: is er samenwerking mogelijk? Laten we nieuwe kerkvormen zoeken of nieuwe gemeenten stichten en daarbij tegelijkertijd de gebouwen in stand houden. Die weg wordt momenteel vanaf de top van de kerk gestimuleerd, maar het grondvlak heeft het nog niet in de gaten. Elke plaatselijke gemeente heeft een bepaalde zelfstandigheid. De vraag is hoe dat open te breken, zodat er ‘een interconfessionele gemeente’ ontstaat, waar het niet meer gaat om mijn clubje, maar om de gemeente van Christus. Dat is een spannend avontuur!
|
|
|
 |
 Heilig zijn voor God. Kan dat?
Religie/Christendom | Goed nieuws
|
26 September 2009 | 15:58:41
 |
Heilig zijn voor God.
Kan dat?
@Ds. K.J. Kaptein
HEILIG ZIJN VOOR GOD. KAN DAT?
Heilig zijn voor God, kan dat? Ik vroeg dat van de week zomaar aan een jongere. Toen zei die jongere, van een jaar of 18, tegen me: “Nee, natuurlijk niet, dat kan toch niet! Wie zou nu zulke hoge pretenties durven voeren om te zeggen dat je heilig kunt zijn voor God?”
Maar vanavond geef ik toch een iets ander antwoord. Misschien wel een heel vreemd antwoord. Ik zeg namelijk: ja èn nee!
‘Ja, maar dat sluit elkaar toch uit?’
In de Schrift kom je wel vaker dingen tegen, waarvan je denkt dat ze elkaar uitsluiten, maar zo is het niet. Ik zeg: ja èn nee!
Ik begin met het negatieve antwoord: ‘nee’. Terwijl ik toch uitdrukkelijk het ‘ja’ voorop wil zetten. Zou de genade Gods niet mogen schitteren vanavond? De God, Die mensen trekt uit een kuil vol modderig slijk en hen vernieuwt naar het evenbeeld van Degene Die hem geschapen heeft…
EEN LEVENSVRAAG?
Misschien is deze vraag: “Kan ik heilig zijn voor God?” wel een levensvraag voor je vanavond. Misschien zet je wel alles op alles om heilig te worden voor God. Je probeert, je wenst, je hoopt, je belooft en beul je jezelf af om heilig te worden voor God.
Of misschien heb je de strijd al opgegeven en zeg je: “Ach, met mij wordt het toch niks. Ik heb het al zo vaak geprobeerd. Ik heb al zo vaak beloofd: ‘Heere, morgen gebeurt het niet meer.’ Maar de andere dag was het weer van hetzelfde laken een pak.” Herkenbaar vanuit je eigen leven?
WAT IS HEILIGHEID?
We kunnen praten over heiligheid, jongelui, zonder dat we beseffen wat heiligheid eigenlijk is. Want we denken al gauw dat heiligheid te maken heeft met een bepaald gevoel. Een gevoel dat je ermee bezig bent en dat je alles op alles zet om bekeerd te worden. Maar wat is ‘heilig zijn’ eigenlijk?
Ik lees van Paulus in Romeinen 10, waar hij spreekt over het volk Israël, dat zij een ijver tot God hadden. Maar geen ijver met verstand, overmits zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen.
Als wij niets kennen van de rechtvaardigheid van God en als wij niets kennen van de totale onbevlekte heiligheid van God, dan weten wij niet wat heiligheid betekent.
En ten tweede: als wij niets kennen, (hoor goed wat ik zeg) kennen van de diepte van onze val in Adam, van de vreselijkheid van de zonde en de verschrikkelijkheid van de zonde, dan weten wij niet wat heiligheid is.
Want die twee horen bij elkaar en daar krijgt een kind van God mee te maken. Enerzijds met de zondigheid van hem of haar zelf én ten tweede met de heiligheid van God.
Een zekere Puritein heeft gezegd: “Aangezien God oneindig heilig is, is de zonde oneindig slecht.” Juist daar, waar de Heere alles voor je wordt, de heilige, de gans Andere, daar ga je steeds meer ontdekken hoe diep de zonde in je leven heeft ingegrepen en wat dat betekent.
Jongelui en ouderen, heiligmaking is wat anders dan een krampachtig wetticisme of een mechanische devotie. Stille tijd is heel goed (ik hoop dat jullie het allemaal doen), maar heiligmaking is wat anders dan een bepaald systeem, een bepaalde monikkerij of hoe je het ook noemen wilt.
Het is ook wat anders dan een vurig activisme of een idealisme. Je kunt allerlei idealen hebben waarmee je jezelf als het ware vermoeit en doodmoe maakt., maar als het gaat over heiligmaking, dan ga ik eerst aanwijzen dat jij en ik goddelozen zijn en niets meer.
Want weet je wat het geheim is van de heiligmaking in de Schrift? Het Evangelie voorziet niet alleen in de rechtvaardigmaking, maar voorziet ook in de heiligmaking.
WAT WIL HET EVANGELIE?
De verkondiging van het Evangelie is niet een maniertje om allerlei deugdzame mensen te kweken. Dat is iets uit de tijd van de Verlichting. Nee, zeker niet. Het Evangelie is een blijde boodschap in zijn tota-liteit, van begin tot eind. Het Evangelie is voor mensen die het zelf niet kunnen.
Het Evangelie wil slechts twee dingen. In de eerste plaats, dat je van jezelf totaal leert afzien en betrouwen op de gerechtigheid én heiligheid van de Heere Jezus Christus. In de tweede plaats wil het Evangelie dat je gaat leven door de Geest van de Heere Jezus Christus. Wandelen in de Geest staat tegenover het leven naar het vlees in de Schrift. Tegenover het leven naar het vlees staat geen Farizeeër, maar iemand die vervuld is van de Geest.
Wat is dus voor heiligmaking nodig? Dat de Geest in je komt wonen! Daar kom ik straks nog even op terug.
NIET UIT EIGEN KRACHT
Als je naar mij toe zou komen met de vraag hoe je nu heilig voor God moet leven, dan zou ik antwoorden: ‘Maar ben je dan niet heilig?’
Dat is een raar antwoord misschien. Ben je dan niet heilig?
‘Ik, heilig?’ Je deinst misschien terug. Maar toch zeg ik, dat je heilig moet zijn! Punt uit! ‘Weest heilig, want Ik de Heere uw God ben heilig.’
Dan kun je van alles beloven en er weer op terugkomen, maar dan moet ik vooral denken aan de Israëlieten, die hebben het ook zo vaak beloofd. Dat zien we bijvoorbeeld aan de berg Sinaï: ‘Alles wat de Heere zegt zullen we doen.’ Maar Mozes was nog geen veertig dagen op de berg en ze hadden een gouden kalf gebouwd.
Dat is aanmatiging. Denken dat je voor God nog iets kunt betekenen, dat zit er bij ons diep in. ‘Het zit tot in onze botten’, zegt Maarten Lut-her. Het zit erin gedrenkt.
Maar wanneer we zo denken, dan is er eigenlijk geen plaats voor de heiligmaking als geschenk. Heiligmaking is het werk van de Heilige Geest. En daarom gaat de Geest het ontdekkind werken in je leven. Waarom, waarom, waarom? Opdat je alleen maar gaat verlangen naar de Heere Jezus en gaat beseffen dat je zonder de Heere Jezus geen voetstap meer kunt zetten.
God vraagt van ons niet dat we zomaar een beetje heilig zijn, maar VOLMAAKT. Daar mag niets aan mankeren. En nu moet jij mij vanavond maar vertellen dat jij dat kunt worden door eigen prestaties. Volkomen heilig voor God: zondeloos, altijd reine gedachten, altijd rein met iedereen omgaan (zelfs met je beste vrienden).
Nee, in eigen kracht kan dat niet, want ook je gebed moet heilig zijn. Jesaja heeft geleerd: ‘Wij zijn allen als een onreine. En al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed.’
Weet jij dat ook?
VAN NATURE ZIJN WE ONKRUID
Een zeker predikant zei wel eens (en dat moet je goed begrijpen, hoor): ‘Mijn gebed is wel eens een hel geweest.’ Wie zal tot God kunnen opklimmen?
En dan ga je bidden, maar het lukt van geen kant. En als het wel lukt, sta je op en denk je: ‘Nu heb ik wel zo goed gebeden, nu zal God mij toch wel moeten antwoorden...’
Dat is op een vleselijke manier met al die dingen omgaan. Dat is God niet aanbidden omdat Hij is en om wie Hij is, maar dat is bidden met jezelf op het oog.
Jongelui, wij zijn van nature onkruid. Ik heb een heel pessimistisch mensbeeld: wij zijn onkruid. En van onkruid kun je geen brood bakken. Vlees. We stinken voor God.
Als ik over heiligmaking ga spreken, dan kan ik nooit om onze verloren staat heen. Ik kan niet zomaar bij een onbekeerd mens beginnen van: ‘Je moet de Heere vrezen.’
Is dat niet de eis dan? Ja, dat is wel de eis en zo mag ik die bekend maken, maar weet je wat ik hoop? Dat die eis van God jou verbrijzelt en jou als een zondaar voor God neervelt. Ik hoop niet dat je er een Farizeeër mee wordt, want dat ligt ons hoor! Dat ligt ons. Maar de Heere Jezus heeft gezegd: “Als je gerechtigheden niet overvloediger zijn dan die van de Schriftgeleerden en Farizeeërs, dan kun je het Koninkrijk der Hemelen niet binnengaan.”
Vandaar dat Luther ook zei: “Heere, wendt Uw ogen van mijn zonden, maar wendt ook Uw ogen van mijn deugden.” Ja, als iemand dat verstaan heeft, dan is het Luther wel. Toen hij tot priester werd gewijd, lag hij daar geknield. Alles was heilig. Een heilige sfeer, een heilige kerk, maar Luther was een onheilige. Hij voelde er niets bij. Hij voelde wel vloeken in zijn hart opkomen. Het gaf hem geen vrede.
Nee, als het over ons gaat, dan geldt: voorgoed ongeschikt voor het Koninkrijk der Hemelen. “Wie zal een reine geven uit een onreine, immers niet één.”
Daar sta je dan: doodschuldig, onheilig, vuil voor God, er niets van terechtgebracht. En dat ondanks alle voorrechten die je geniet.
WAAR BEGINT HEILIGMAKING?
Waar begint nu de heiligmaking? Daar waar ik, door Gods genade, leer om mijn vloek en doem op Christus te leggen. Aan de voet van het kruis en niet eerder. Alle heiligheid die ik opgebouwd heb, voordat ik de Heere Jezus ken, is slechts gebouwd op zandgrond. Dan kun je een klooster bouwen, maar dan worden er kinderschedeltjes gevonden. Begrijp je wat ik bedoel? Dan kunnen we godsdienst bedrijven, maar van binnen zijn we als grijpende wolven, van binnen hebben we er maar één op het oog en dat is onszelf.
Dan kun je jezelf kastijden, maar het geeft geen vrede. En als God het niet verhoedt, word je alleen met jezelf tevreden.
ONBEKWAAM TOT ENIG GOED
Calvijn leert ons het volgende: ‘Als de bekering iets is dat aan de kennis van de Heere Jezus vooraf gaat, dan heb je nog nooit de kracht van de bekering verstaan.’
Ook de Catechismus leert ons dat we ‘onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad’. En hieraan zijn we bijna allemaal gewend geraakt.
Nee, de doodsstaat loochenen mag natuurlijk niet. En we verwijten het elkaar gauw: “Ja, dat zijn mannetjes die de doodsstaat loochenen.” Maar tegelijkertijd zeggen we: “Bidt maar veel om bekering.”
Maar zo zetten we de mensen aan tot allerlei werken die ze niet kunnen volbrengen. Want we kunnen niet geloven, maar we kunnen ook niet bidden. En dan doen we eigenlijk net of het alleen maar aan een bepaalde mate van werkzaamheid ligt, dat mensen de Heere Jezus nog niet kennen. Maar we beseffen niet dat we fundamenteel onbekwaam zijn om te bidden.
Ik kom wel eens mensen tegen, die tegen me zeggen (echt gebeurd): “Als ik toen doorgezet had, dan had ik bekeerd geworden.” Of ander zei tegen me: “Als ik maar eens één oprecht gebed zou kunnen bidden. Dan zou God me horen.” Alsof het ons niet aan bekwaamheid ontbreekt, maar alleen aan een bepaald enthousiasme, een bepaald vuur. “Als ik maar eens vurig kon bidden, dan zou ik God wel kunnen bewe-gen dat Hij ook naar mij omzag.”
Ja, ja, geloven kunnen we toch niet, maar al die andere dingen wel een beetje. We kunnen wel uitwendig de wet onderhouden, toch? Erskine zegt dat dit dweilen met de kraan open is. Begrijp je? Er moet eerst wat anders in je leven gebeuren. Die kraan moet dicht. Er moet een fundament in je leven gelegd worden. Welk fundament dan?
Weet je welk fundament alleen bestaan kan voor de eeuwigheid, jongens? Jezus Christus, geschonken tot rechtvaardigmaking, heiligmaking, ja, tot een volkomen verlossing.
Want al doe je als de heilige Franciscus, die ging leven als een kluizenaar en geen geld aanraakte. Al ga je op een pilaar wonen. Al verkoop je alles wat je hebt en ga je je hele leven krom lopen. Al huil je een oce-aan bij elkaar. Al loop je met stenen in je schoenen of op messen. Al word je zendeling of zelfs martelaar. Het haalt allemaal niets uit! Niets!
Je kunt jezelf er wel mee versieren, maar goed doet geen nut ten dage der verbolgenheid. Alleen de gerechtigheid van Christus kan ons redden van de dood. Alles wat wij doen in eigen kracht en in eigen kunnen, kan God niet behagen. Dat is mijn boodschap, vanavond.
HEILIGMAKING IS EEN GESCHENK
“Dus ik red het nooit om heilig te worden?” Precies! En nu eist God het wel van je kunt het niet. God is heilig en jij bent onheilig. God is rein en jij bent onrein.
“Ja maar, hoe moet het dan als het niet kan, dan kan ik er toch niets aan doen?”
Luister, je begint aan de verkeerde kant! Je zet bij de mens in. Net alsof de mens het wel even op kan knappen. Maar God zet bij Zichzelf in. God toont Zijn eigen heiligheid. God stond Zijn Zoon Jezus Christus af tot een volkomen verlossing.
Heiligmaking is in de eerste plaats een geschenk. Heiligmaking begint bij God. Dan wijs ik omhoog. Hij is de Bron van alle heiligheid. En als je weten mag dat je het eigendom van de Heere Jezus bent, dan stel ik opnieuw de vraag: ‘Kun je heilig zijn voor God?’ Dan durf je vanavond volmondig ‘ja’ te zeggen. Heilig zijn voor God is mogelijk.
Ik ga dat nog wat uitleggen, want misschien heb je daar straks wel een vraag over.
De Schrift zegt: ‘Wie in Christus is, die is een nieuw schepsel.’ Ik heb daarnet onder het Bijbellezen bewust al een beetje de nadruk op gelegd. ‘Wie in de Heere Jezus is, is gestorven, en is gerechtvaardigd van de zonde.’ Dat staat er zo stellig. Mogen we dat dan zeggen? Ja! Johannes zegt het toch ook? ‘Wat uit God geboren is, zondigt niet.’
“Maar”, zeg je, “ik wil nu al een vraag stellen: hoe zit het dan met Pau-lus in hoofdstuk 7? Daar zegt hij: ‘Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen? Hoe zit dat?”
Daar zijn heel wat meningen over. Het is heel opvallend dat Romeinen 7 ná Romeinen 6 komt. Wij zouden Romeinen 7, met die klacht, voor Romeinen 6 in de Bijbel willen plaatsen. Maar gelukkig staat het ná Romeinen 6. Want in Christus is Paulus volmaakt. ‘Ik dank God door Jezus Christus, ik ellendig mens.’ Ja, zo blijft het tot aan zijn dood en het wordt nooit beter. Daarom hoop ik dat er één gebed overblijft in je leven: ‘O God, wees mij zondaar genadig.’
Daar kan een kind van God nooit bovenuit stijgen, maar omdat Paulus nu in de Heere Jezus begrepen is, heeft hij deel aan al de weldaden van de Heere Jezus, aan alles wat de Heere Jezus verdiend heeft. En zoals de Heere Jezus staat tegenover de wet, zo stond Paulus ook tegenover de wet. In Christus als een nieuwgeboren kind van God.
DEEL KRIJGEN AAN DE HEERE JEZUS
Wat is er dan nodig, jongelui? Je eerste vraag moet niet zijn (ik hoor het veel jongeren zeggen in onze tijd) “Hoe moet ik heilig leven voor God?”, maar: “Hoe krijg ik deel aan de Heere Jezus?” Of wanhoop je nog niet aan je eigen werken die verdorven zijn? Aan die werken waarmee je nooit tot God kunt opklimmen?
Al zou je op één terrein zo heilig zijn als ik weet niet wie, dan zijn daar nog die andere terreinen. Bijvoorbeeld het terrein van je lievelingszonde. Calvijn zegt: “Al zou je op één terrein net zo heilig zijn als een engel en je mist Christus, dan mis je alles.” Zo zegt hij het letterlijk: ‘Dan mis je alles!’
Dus wat heb je nu nodig als het gaat over heiligmaking? Dat je met de Heere Jezus verenigd wordt. Want daar waar dat gebeurt, is sprake van een herschepping, een vernieuwing. Dan gebeurt er van alles.
Wij aanbidden geen levenloos beeld, toch? Jezus is geen levenloos Beeld: het gaat om de levende Christus! En Hij heeft het beloofd: ‘Ik zal Mijn Geest in je binnenste geven.’ Dan komt er een verlangen om niet naar sommige, maar naar ál Gods geboden te leven. Dan is daar sprake van bekering: een afwending van de wereld en een verlangen om de voetstappen van je Meester te drukken. Dat kan toch ook niet anders? Als je leert zien dat Jezus voor jouw zonden betaald heeft daar op dat vloekhout van Golgotha!
Ik heb het beeld van een mes vaker gebruikt bij mijn catechisanten, dus die weten het wel. Rutherford zegt: “Hoe kun je nou het mes liefhebben dat je vrouw van het leven beroofd heeft?” Stel je voor dat je dat mes tegenkomt, vreselijk toch? Dat mes kun je toch niet liefhebben? Dat zul je toch verafschuwen! Daar ligt dat vreselijke moordwapen! Begrijp je? Het zijn mijn zonden die Hem wonden. Zou ik dan nog in de zonden kunnen leven? Nee, dat kan niet. Onmogelijk!
Wij doen vaak veel te moeilijk. Ook als het gaat over bekering. Bekering wordt dan één of andere moetologie: we moeten dit en we moeten dat. Maar zo is het niet. Het is een liefdesdienst. Het gáát of het gaat helemaal niet. Weet je wat God vraagt?
‘Wie heeft lust de Heere te vrezen,
’t allerhoogst en het eeuwig goed.’
Dan zal God Zelf je Leidsman wezen,
leren hoe je wandelen moet.
IEDERE DAG GENADE
Misschien zeg je: “Goed, ik ben in Hem dus heilig, maar het valt zo tegen bij mezelf. Hoe kan ik dan toch heilig leven, want dat is het verlangen van mijn hart.” Ook dan hebben we onderwijs nodig, want dan beginnen we zo gauw weer bij onszelf. We denken dan uit eigen kracht: “Zo, nu hebben we de rechtvaardiging gehad en dan krijgen we nu de heiligmaking. En daarom nu (ik bedoel het eerbiedig) aan het werk.’’
Natuurlijk, dat is liefde van het hart, maar we moeten leren dat het iedere dag weer genade moet zijn. Genade, genade, genade!
Kohlbrugge liep eens met een student door het bos. Toen zei hij tegen die student: “Klim eens in die boom.” Die student vond dat maar raar. Maar Kohlbrugge ging krom staan en de student klom op zijn rug en zo stapte hij in die boom. Daar zat hij. Kohlbrugge had er natuurlijk een bedoeling mee en zei daarom: “Kijk, zo gaan mensen vaak met genade om. We zitten in de boom en denken dat het wel goed zit, maar zo is het in het leven van Gods kinderen niet. Vandaag een zondaar, morgen een nog groter zondaar en overmorgen een nog groter zondaar.”
Er kan een moment in je leven komen dat je zegt: “Heere woont Uw Geest nu in mij? In mij? Dat is toch niet te begrijpen! Ik ben een bedorven vat!”
Ja, dat gaat de Heere je leren! Dan krijg je een zaklamp en ga je de tunnels van je leven in. En zo laat de Heere je zien, wie je bent. Opdat de genade zou heersen in je leven.
Hoe moet Gods kind dan leven? Door de Geest des Heeren geleid. Niet door zélf een paadje uit te stippelen, maar door iedere dag te bidden:
‘Heere, ai maak mij Uwe wegen
door Uw Woord en Geest bekend.’
En dan wordt het ook:
‘’k Zal Uw geboôn die ik oprecht bemin,
mijn hoogst vermaak, mijn zielsgenoegen achten.’
Die Geest, Die leidt in alle waarheid en het geweten reinigt.
GODS WERK
Bekeerd worden, jongelui, is van begin tot eind Gods werk. Paulus zegt dat zo mooi: ‘Gods gebouw zijt gij, Gods akkerwerk zijt Gij.’ Toen ik dat vorige week in mijn Bijbel las trof het mij zo. Ik zag het voor me, dat de Heere dat stuk land, dat is Zijn kerk, bewerkt. ‘Gods akkerwerk zijt gij.’ Wat een wonder! ‘Uw goede Geest bestier mijn schreden.’ Elke voetstap. Zonder Hem dwaal ik.
Maar Paulus zegt ook: Gij zijt een heilige tempel’.Nee, je kunt dan je gang niet gaan, maar dan ben je zo verenigd met de Heere dat ik in het Woord lees: ‘Wie de Heere aanhangt, is één Geest met Hem.’
Ook kennen we dat beeld dat de Kerk als een lichaam is waarvan de Heere Jezus het Hoofd is. Hij bestuurt alle leden. Zo worden ze als het ware apart genomen. Dat is bekeerd worden!
Weet je wat bekeerd worden is? Als God met je wil wegloopt. Je gaat er helemaal aan. Maar waar ik dood lig voor de huisdeur van de wet, daar komt Hij voorbij, Hij grijpt mij aan, Hij pakt mij op en Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheden. Dat is bekeerd worden. En zoals vroeger de vaten geheiligd werden, apart gezet werden voor de dienst in de tempel, tot de dienst van God, zo gaat het ook in het leven van Gods kinderen. God neemt Zijn kinderen apart. Ze komen het pijnlijk te weten, (ja,... pijnlijk) dat ’s mans vijanden zijn huisgenoten zijn. Dat kan pijn doen. ‘Ze hebben Mij gehaat, ze zullen u ook haten’, staat er geschreven.
Zo komen ze erachter dat ze niet meer van de wereld zijn. Waarom dan niet? Omdat ze niet meer met de schema’s van de wereld mee kunnen gaan.
En zo is heiligmaking, dat benadruk ik bewust vanavond, een geschenk. God doet het iedere keer maar weer in je. Hoe komen Gods kinderen aan goede werken? Weet je hoe ze eraan komen? Ze worden er midden-in gezet. Ze zijn ze ter hand gegeven. Dat is toch wat! Geen eigen presta-tie,maar honderd procent genade.
Want wíj hebben geen verstand van heiligmaking. De Heilige Geest gelukkig wel.
HEILIGMAKING EN RECHTVAARDIGING HOREN BIJ ELKAAR
De gemeente van God is net als een ziekenhuis. Daar ligt er één die lijdt hieraan. Daar ligt er één waarbij de vijgenboom niet bloeit. En die daar heeft geen vruchten aan de wijnstok. En weer een ander heeft dit en die heeft weer dat. Maar in dat ziekenhuis krijgen ze alles om niet. De Medicijnmeester gaat rond. En Hij komt langs door Zijn Woord. Wat een wonder als Hij dan Zijn vingers genezend legt op de littekens van je wonden. En je ervaart het weer: ‘Genade is op Zijn lippen uitgestort.’
Het leven van een kind van God is een leven van genade voor genade, steeds maar weer. De ene keer krijgen ze zielenbalsem, een andere keer levend water en noem maar op.
En dan komt er iemand het ziekenhuis binnen die ogen vol met zonden heeft. Hij weet er geen raad mee, maar het bloed druppelt en weg is de schuld. Gewassen in het bloed van Jezus.
Als ik het over heiligmaking heb, dat kan ik dit thema niet alleen preken. Heiligmaking is geen hoofdstukje apart. Heiligmaking en recht-vaardiging horen bij elkaar als een tweeling. Als het over de rechtvaardiging gaat, dan hebben we het over het bloed, maar zo is er ook geen heiligmaking buiten het bloed van Jezus om. Toen Jezus daar hing aan het kruis kwam er bloed en water uit Zijn wonden. Heiligmaking en rechtvaardigmaking vloeien beide voort uit de wonden van Christus.
HEILIG LEVEN IN DE PRAKTIJK
“Ja, maar hoe zit dat nu in het dagelijkse leven? Ik wil het wat praktischer horen.”
Misschien ben je wel voor dit praktische gekomen. Misschien ben je gekomen om te horen wat nu wel mag en wat niet mag.
Vanavond zeg ik: ‘Als je werkelijk uit het offer van Jezus leeft, dan zal dat andere (die praktische heiliging) daaruit voortvloeien.
En als dat niet zo is, dan heb ik een andere raad voor je. Dan zeg ik: ‘Vlucht tot Christus!’ Zie dat je Jezus tot je deel krijgt. Want je kunt je-zelf misschien wel strelen met van alles en nog wat, maar Jezus is er al-leen voor hopeloze zondaren. Hij is de naakte zondaren tot een bedekking en de verdoemelijke zondaren tot een bevrijding. Want waar Hij je werkelijk bevrijdt, dan is er sprake van een nieuwe schepping.’
Er zijn mensen die graag willen horen, dat ik preek van Jezus alleen. Maar let wel op, er worden wel nieuwe schepselen geboren, die een verlangen hebben om naar Zijn wil te leven. “Heere wat wilt Gij dat ik doen zal?” Daar waar ik met Hem gekruisigd, met Hem begraven, met Hem opgewekt ben, ja met Hem opgevaren in de hemel, daar is sprake van herschepping.
Want bekeerd worden is geen oud schilderij dat opgeknapt wordt. Nee, het is een nieuw begin dat uit God is. De wedergeboorte is essentieel, ze omvat geheel de mens.
‘Ja, maar hoe neem je nou toe in die heiligmaking?’
Als je de Heere mag vrezen, dan betekent dat niet anders dan dat je als een klimopplantje bij het kruis opgroeit. Je wordt steeds zwakker. Je moet leren dat er niets is dat zo openligt voor de zonde dan het hart van een mens. En dat hart zit in ons. Paulus zegt in Romeinen 7 dat er een dwingende wet in zijn leden is. Een dwingende wet, een wetmatigheid, zodat hij niet doet wat hij wil doen, maar doet wat hij niet wil.
‘Ja, maar wat moet je dan, Paulus?’
‘Ik dank God door Jezus Christus.’ En dan begint hij in Romeinen 8 over de voorrechten van een christen. ‘Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn.’ In Christus is alles voor handen.
Je hebt toch ogen in je hoofd om te zien? Zo is het ook in het leven van een kind van God, begrijp je? Zo is het. Het is een heilige vanzelfsheid.
Zo lees ik in Mattheüs 25, wanneer Zijn kinderen staan voor de hemelpoort dat er gezegd wordt: ‘Gij trouwe dienstknechten.’ En dan mogen ze binnenkomen. ‘Ik was hongerig en gij hebt Mij te eten gegeven, Ik was dorstig en gij hebt Mij te drinken gegeven.’ En dan zeggen ze: ‘Heere, wanneer was U dorstig, wanneer was U naakt en hebben wij U gekleed?’ Want de heiligmaking bestaat niet in lijdelijkheid, maar wel in lijdzaamheid. Weet je wat die lijdzaamheid inhoudt? Dat is het afleggen van de begeerlijkheden van deze wereld. Ze als een jas uitdoen! Dat betekent de oude mens uitdoen, laten verdorren als bladeren in de herfst en leren dat je niet meer onder de wet bent, maar onder de genade. Je bent niet meer onder de heerschappij van de zonde.
Doe je dan geen zonde meer? Jawel, dagelijks, karrenvrachten vol met zonden. ‘Tot mijn schaamte’, moet ik belijden. ‘Tot mijn groot verdriet, maar nochtans een kind van God. In Christus heilig.’
IN CHRISTUS VLEKKELOOS
Een dominee legde het zo eens uit: als je een rood gekleurd papiertje hebt en je kijkt door dat gekleurde papiertje, dan zie je dat alles rood is. Met eerbied gesproken is het ook zo met de gelovige. God de Vader ziet door Christus een zondaar aan. Dan ziet Hij hem zonder vlek en zonder rimpel. Dankbaarheid, een vrucht van heiligmaking. Heiligmaking, een vrucht van het werk van de Heere Jezus Christus. En als er geen liefde is tot Gods wet, dan bedrieg je jezelf. Een halve Christus kun je niet liefhebben. Christus en Zijn wet zijn Eén.
“Ja. maar hoe zit het dan met mij, want bij mij valt het ook zo tegen. Zou ik mezelf dan niet bedriegen?”
Luister, we zijn wel zwak, maar het is slechts een klein beginsel van nieuwe gehoorzaamheid, maar ik vraag je: ‘Wie is je Liefste? Leeft het in je hart: “Hem al mijn liefde waardig schatten?”
“Ja, maar ik ben zo zwak.”
Gebruik dan Christus tot je wapen. Hij wil je harnas zijn, Hij wil je Ko-ning en Meester zijn. Hij wil je leiden van stap tot stap.
’t Kan ook zijn dat je toch weer veel te goed van jezelf denkt. Dan preek ik je de wet en dan zeg ik dat geen vlees gerechtvaardigd zal worden voor God, want we zijn zondaar en niets anders dan zondaar. We hebben alles verkwist.
Ik preek de wet dan met het verlangen dat je opnieuw naar de Heere Jezus vlucht., zodat je mag ervaren dat Hij die Naam ‘de heiligheid des Heeren’ weer opnieuw op je voorhoofd schrijft.
Dat is leven naar Gods geboden, jongelui. Dat is leven met de blik op de Heere Jezus gericht. En in Hem is de wet een liefdeswet, de wet van Christus.
“Hoe lief heb ik Uw wet,
zij is mijn betrachting de ganse dag.”
Buiten Christus kun je voor God niet bestaan, maar is Hij een verterend vuur. Buiten Hem moet je wanhopen.
“Ja, maar hoe kan ik dan zomaar naar de Heere Jezus vluchten?”
Weet je wat de juiste nederigheid is? De aanbiedende hand van de Heere Jezus Christus door Gods genade leren aannemen. Daar is sprake van veroordeling van jezelf. “Heere Jezus, U bent mijn Leven, U bent mijn Kracht, U bent mijn Rechtvaardiging, U bent mijn Heiligmaking.”
Je dacht misschien dat je zo bekeerd was, maar dan moet je helemaal onderuit. God gaat je laten zien dat er misschien geen groter zondaar rondloopt op de aarde dan dat jij bent.
Is dat nou de weg van de Heere? Ja, opdat we zouden gaan leren waarderen wat genade is, opdat we de belofte in Gods Woord zouden leren gebruiken.
‘Ik zal een nieuwe Geest in je binnenste geven.’ Heere, het staat er toch? Er staat toch: ‘De zonde zal over u niet heersen.’ Dat is een belofte van de Heere. Dat doet Hij. Wat een wonder…
‘ZULLEN WE DAN MAAR ZONDIGEN?’
Als je zo preekt, welk bezwaar krijg je dan? Misschien leeft dat bezwaar ook wel in jouw hart. Nu, dat bezwaar lezen we in Romeinen 6. ‘Zullen we dan de zonde maar doen, als we niet meer onder de wet zijn, maar onder de genade?’ Zullen we dan maar zondigen?
De juiste Evangelieverkondiging roept deze vraag op. Deze vraag werd ook aan Calvijn en Luther gesteld en die wordt steeds weer gesteld. ‘Zullen we dan toch maar zondigen?’
Dan zegt Paulus: ‘Dat zij verre!’ Want als je aan de zonde gestorven bent, als je werkelijk zo arm geweest bent en als arme zondaar de genade van Jezus Christus om niet hebt ontvangen, dan kún je niet meer in de zonde leven. Dat is voor me de dood geworden.
Voor jou ook? Voor u ook? Wat betekent zonde voor je? Weet je wat dat voor mij betekent? Scheiding met God. Heb je de pijn daarvan ge-voeld in je leven? Weet je wat voor mij zonde betekent? De eer van God naar beneden getrokken. Wat betekent de Heere vrezen voor me? Dichtbij Jezus leven, uit Zijn genade putten, Zijn dag liefhebben, Zijn Woord liefhebben.
Alles waar Christus in is, dat heb ik lief. En zo wordt door het geloof de schatten van Egypte veracht. Door het geloof de kracht van het vuur uitgeblust. Door het geloof geef ik met ruime hand voor mijn naaste, dan laat je niet voor je trompetten. Nee, want ik doe het om Christus wil. ‘Hier broeder, dit krijg je van me, om Christus wil.’
Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Het is Christus die het aan jou schenkt. Dan wordt een nauw leven niet weggeëvangeliseerd. Nee, dan gaat het niet meer om een wet die aan de kant gezet wordt, maar dan gaat het om een vervulde wet.
Dan zijn het de geboden van mijn lieve Koning. Jazeker, de wet blijft gewoon staan. Ik heb de wet zo serieus genomen dat ik tot Christus gevlucht ben, want ik kon het zelf niet. Ik nam de wet zo serieus dat ik niet meer buiten Jezus kon. (Jij ook?) En toen was de vloek voorbij. En als ik nu op Jezus zie, dan heeft Christus het beloofd: ‘Blijft in Mij opdat gij veel vrucht draagt.’
En als ik weer naar mezelf kijk, dan snijdt God die heilige neus en die heilige oren er wel af. Want God keuvelt niet met de oude mens. Dan klinkt er weer de vloek over de oude mens en dan val ik weer. Net als David.
Nee, zo kan ik niet overeind blijven. Ik val, maar wat een geluk als ik op Christus mag vallen. Dan wandel ik in Hem in een nieuw leven. Zo radicaal is het Evangelie, jongelui. Hebben we daar nog wel zicht op in onze tijd?
‘Als mijn geloof nou maar volmaakt zou zijn, dan zou ik volmaakt leven.’
Dan hadden de perfectionisten gelijk. Maar het is niet zo, ik leef ten dele volmaakt. En zo moet ik iedere keer maar weer leren wat zonde en genade betekent.
En daarom luidt mijn stelling voor vanavond: ‘Er is dus nooit sprake van heilig worden als er geen sprake is van heilig zijn.’
Dan kun je me heel veel vertellen, maar het is geen heiligmaking op de toonhoogte van de Heilige Schrift. Eerst moet je heilig zijn in de Heere Jezus Christus, hoe je het ook wendt of keert.
Een zoute bron kan geen zoet water voortbrengen. God zal eerst de boom moeten scheppen en dan schept Hij ook Zelf de vrucht. Wat een wonder hè, dan schept Hij ook de vrucht in je leven. Daar wordt Zijn Naam in verheerlijkt.
En wij maar redeneren wat je allemaal moet. Weet je wat je moet? Je moet niets. ‘Hij die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid.’ Voor wie is dat een bevrijding? Voor iemand die sterft aan het moeten en die het niet meer weet. Voor iemand die zegt: “Heere, helpt U mij, mijn ogen zijn op U geslagen.”
Zo is de ook de heiliging gedrenkt in het bloed van de Heere Jezus Christus. Waarbij het bij een kind van God gaat leven: “Heere, neemt Gij mijn hart, ondanks al mijn zonden. Heere, het komt U toe. Ik ben die vreemde heren moe. Heere, neemt Gij mijn handen, neemt Gij mijn voeten, neemt Gij mijn wil, neemt Gij mijn leven. Laat het Heere, toegewijd zijn aan Uw eer.” Dan is er sprake van een tegenstelling, want dan kun je niet meer met de wereld mee.
Jongelui: Heilig zijn voor God, kan dat? Wil je het?
Een vraag: ‘Zou je de voorste willen zijn in het leven der heiligmaking? Weet je wat er boven de hemel staat? ‘De heiligheid des Heeren.’ Zou je het in de hemel uithouden? Als je eerlijk ‘nee’ zegt vanavond, dan ligt daar je grote nood. Je bent vlees. Je hoort niet bij God. Om eigen schuld God verlaten.
Wat heb je dan nodig? Werp je als een zondaar aan Zijn voeten en Hij zal zich niet kunnen inhouden, want Hij is zo gewillig. Zijn bloed spreekt van vrede, jongelui. Echt waar. De kracht van Zijn bloed is zo groot. Adam werd erdoor zalig en de laatste van Gods kinderen worden er ook door gezaligd.
We weten het, het voorhangsel scheurde van Boven tot beneden. De Heere nodigt: ‘Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.’ Dan zal Hij je ook leren hoe je wandelen moet.
1. ER ZIJN SCHRIJVERS, ZOALS ANDREW MURRAY EN WATCHMAN NEE,
DIE BESCHRIJVEN DAT EEN CHRISTEN EEN ZEKER NIVEAU VAN VOLKOMEN HEILIGHEID KAN BEREIKEN. HOE MOETEN WE DIT ZIEN? IS DIT VOL-GENS GODS WOORD?
Om met die laatste vraag te beginnen: ‘Volgens mij is het niet volgens Gods Woord, maar dan moet ik dat natuurlijk ook bewijzen.’
Er zijn meer leraren, evangelisten of predikers geweest die zo dachten. Bijvoorbeeld John Wesley.
Zij noemden dat een tweede genade. Zij verweten de Reformatoren bij-voorbeeld dat zij halverwege (bij de rechtvaardiging) zijn blijven steken.
Volgens hen is er nog een tweede genade, namelijk de Geest. Dus dan kunnen er christenen zijn die wel de rechtvaardiging kennen, maar die nog niet de inwoning van de Geest hebben. En als de inwoning van de Geest er mag zijn, dan is er sprake van een gestorven zijn en dan doe je geen zonde meer.
Maar ik heb Romeinen 7 naar voren gehaald. Deze mensen leggen dit fundamenteel anders uit dan bijvoorbeeld Calvijn, Kohlbrugge, Luther enz. Zij zeggen dat het in Romeinen 7 gaat over een onwedergeboren mens, dus iemand die de Heere Jezus niet kent, iemand die niet verenigd is met Christus, maar iemand die nog leeft, zoals hij geboren is.
Maar het grote gevaar hierbij is dat de heiliging een eigen leven gaat leiden.
Er zijn eigenlijk twee bewegingen die je in de loop van de tijd steeds tegenkomt:
1) Aan de ene kant hebben we de Roomse Kerk, die schuiven rechtvaardiging en heiliging ineen, waarbij de heiliging het voornaamste wordt. Het primaat heeft de heiliging en de rechtvaardiging komt als het ware uit de heiliging op. Natuurlijk heb je in de Roomse Kerk ook genade nodig, maar dan wel helpende genade. Het geloof is het begin van alles. Maar daar komt ook heel veel van de mens zelf bij.
In La Roche staat een kerk en in die kerk hangt een beeld (een crucifix) van Jezus aan het kruis. De helft van dit beeld is echter weg, kapot. Er hangt daarom onder dit beeld een bordje dat we de rest van het beeld maar aan moeten vullen met goede werken. Dat is een duidelijke illustratie van de Roomse Kerk, genade en werken. En zo hebben ze heiliging en rechtvaardiging dooreen vermengd. Dat is de ene kant.
2) Aan de andere kant zijn er predikers die rechtvaardiging en heilig-making uit elkaar halen. Dan is de heiligmaking iets heel bijzonders geworden. Ze zijn verzegeld met de Heilige Geest en hebben de inwoning van de Geest ontvangen. Calvijn zegt: “Nee, we kunnen Christus niet uiteen rukken. Als je deel aan de Heere Jezus hebt, heb je ook deel aan Zijn Geest.”
Dus geen plus-christenen, zoals je die ook bij de charismatische beweging tegenkomt. Nee, ik geloof niet dat dat Bijbels is. ‘Wie de Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.’
Eigenlijk staat er: wie de Geest van Christus niet heeft, die heeft geen deel aan de Heere Jezus. Je kunt geen deel hebben aan de Heere Jezus zonder dat je de Geest ontvangen hebt.
De heiligheid is wel volkomen in Christus, maar niet in onszelf! Zo heb ik dat naar voren gebracht. Paulus leert: ‘In Hem zijt gij volmaakt’ (Kol. 2).
In de pauze zei iemand: ‘Als de Heere in je leven komt, ben jij die zwar-te bladzij.’ Maar weet je wat het wonder van zalig worden is? Dat God er een wit papier overheen legt. Dan ben ik nog wel die zwarte bladzij, jazeker. En ik heb nog dat wel lichaam der zonde en des doods.
Ja, waarom is het Paulus zijn verlangen om ontbonden te zijn en met Christus te zijn? Omdat hij dan geen last meer heeft van zonde en aanvechtingen.
Zou er een niveau in mijn leven komen dat ik er geen last meer van de zonde heb? Nee, het is een strijd tot op de laatste dag, tot op de dag van mijn dood.
Kohlbrugge zegt: “De laatste minuut dat ik nog leef zal ik nog wel zondigen.” Zo dacht Kohlbrugge over de mens. Zo denkt ook de Heilige Schrift over de mens. Maar wat een wonder als mijn afgebrande schip toch veilig in de hemelse thuishaven binnenzeilt. Dat is genade. Ja? Ja, een groot zondaar, komt binnen.
Genade blijft een wonder in je leven, daar zorgt God Zelf voor.
Het lek komt echt niet boven water. Maar als ik op Christus mag zien, zie ik dat ik in Hem de Vader aangenaam ben. Dat ik in Hem een Vader in de hemel heb. Dat ik in Hem Gode welbehaaglijk ben.
2. IK MOET ER ALS ZONDAAR HELEMAAL AAN, DAT IS DUIDELIJK.PIJNLIJK.
TOCH KAN HET ZIJN DAT DIT EEN VERSTANDELIJK WETEN IS. WAT MOET IK DOEN OM AF TE ZIEN VAN DE ZONDE, ZODAT CHRISTUS DIERBAAR IS? EEN ZONDIG GEVOEL KAN EEN RELIGIEUS GEVOEL ZIJN. KAN HET ZIJN DAT HET EEN VERSTANDELIJK WETEN IS DAT IK EEN ZONDAAR BEN?
Ik geloof dat, dat kan. Wie zou vanavond durven ontkennen dat hij geen zondaar is? Allemaal stemmen we dat verstandelijk toch toe? Maar kun je ermee blijven leven?
Wij maken vaak een valse tegenstelling. God werkt niet buiten het verstand om. Het geloof is uit het gehoor en voor horen heb je je verstand gewoon nodig. Maar het gaat erom: wat doet het mij?
Ik leg het vaak zo uit. Als ik geïnteresseerd ben in geschiedenis, dan zijn er heel veel dingen die ik heel erg mooi vind. Misschien vind je het wel heel erg mooi om boeken te lezen over Napoleon bijvoorbeeld. Nu dan lees je dat met veel interesse, maar het doet je verder niets, toch? Dat noem ik verstandelijk kennen.
Maar als God in je leven komt en je leest de Bijbel, dan gaat het niet meer over de zonde van de buurman, maar dan gaat het over mijn zonden. De zonde wordt werkelijkheid, want God is werkelijkheid.
Dan moet ik sterven, God ontmoeten, maar het kan niet. Weet je dat zelf dan niet? Welke indruk maakt het op je? Ik geloof dat het een list is van de duivel om steeds maar te zeggen: “Ach, bij jou is het alleen maar verstandswerk.”
Ga niet met de duivel in discussie, maar vlucht tot Christus en zeg: “Heere, ik weet het, ik voel het te weinig, ik heb alles te weinig.” Dat moet je nu juist leren. Dat betekent het ten diepste als er geschreven wordt: ‘ik moet er als zondaar helemaal aan.’
‘‘k Heb alles te weinig. ‘k Heb niets anders dan zonde en schuld. En de ergste zonde is dat ik er te weinig verdriet van heb, Heere.’
Dan is er balsem in Gilead en een Heelmeester aldaar. En zou Hij jou niet willen ontvangen? Jij zal de eerste zijn die Hij van Zich stoot. Maar dat geloof ik niet, want mijn Meester is gewillig om zondaren aan Zijn borst te drukken, daar heeft Hij Zijn zoenbloed voor gestort. Hij wil Zijn Naam verheerlijken, Hij wil Zijn heerlijkheid in je hart schrijven (2 Kor. 3). Hij wil Zijn Naam ‘Immanuël’ in je hart drukken. ‘God met ons.’ Dat is toch wat? Die Naam wordt op je leven geschreven. Dat is heiligmaking. God met met mij, arme ik, zondige ik, ellendige ik.
Maar die armen en die ellendigen, zullen op de Naam des Heeren betrouwen. Platzak, maar rijk in God.
B. WAT MOET IK DOEN OM AF TE ZIEN VAN DE ZONDEN, ZODAT CHRISTUS DIER-
BAAR IS?
Dat begrijp ik niet zo goed. Weet je waarom niet? Je vraagt: ‘Wat moet ik doen om af te zien van de zonden, zodat Christus voor mij dierbaar is.’ Het zit mij vast op het woordje ‘zodat’. Dat heb ik nou precies proberen willen ontkennen. Ik zal willen zeggen: ‘Zie maar op je zonden, zodat Christus voor je dierbaar is.’ En dan wil ik vanavond de zonde wel vertellen.
Gebod 1: volkomen overtreden.
Gebod 2: niet gehouden.
Aan al Gods geboden schuldig.
Daar ga ik niet omheen. Ik weet wel dat er mensen zijn die er wel omheen gaan. Maar de wet blijft staan in het leven en in de bekering. ‘God zal het ordentelijk voor ogen stellen.’ Bekeerd worden is niet om de zonde heen gaan. Maar zien dat de zonden op Christus gelegd zijn! Dát is zalig worden.
Ik vind het verschil heel belangrijk trouwens. Zeg dus niet: ‘zodat Christus dierbaar is’, want dan komt de wet naar voren. Wat ik allemaal moet doen.
Het gaat erom of je nog buiten de Heere Jezus kunt? Kun je nog één dag gelukkig zijn zonder Hem? Het leven is zo kort. Gods heiligheid, mijn zondigheid.
C. EEN ZONDIG GEVOEL KAN EEN RELIGIEUS GEVOEL ZIJN.
Je moet daarom ook maar niet zondermeer van je gevoel uitgaan. Dat is ook een dwaling. ‘Als wij op grond van ons gevoel naar de Heere Jezus vluchten, dan zijn we in gevaar van enthousiasme’, zegt Erskine ergens.
En op een gegeven moment schrijft hij: ‘Mijn hart heeft mij al duizendmaal bedrogen, maar Gods Woord bedriegt me niet.’ Op grond van Zijn roeping mogen we alleen komen.
Ik krijg vaak de vraag dat het aanmatiging zou zijn of brutaliteit om tot Christus te gaan.
Het is brutaliteit, als je op grond van je gevoel tot Christus komt. Maar niet als je komt op grond van zijn nodiging: ‘Zo iemand dorst, die kome tot Mij.’ Hij nodigt hoeren en tollenaren, die het leven niet meer in eigen hand kunnen houden.
Dus je mag komen niet op grond van je gevoel, maar op grond dáárvan dat je zondaar bent en dat Jezus in het Evangelie als het ware Zijn hand naar zondaren uitsteekt.
Weet je hoe Erskine dan preekte? ‘Hier in het Evangelie is de aanbiedende hand van Christus.’ Dat is niet Remonstrants. Weet je wie Remon-strants was? De rijke jongeling. ‘Wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?’ Hij dacht wellicht: ‘Nog één oneffenheid en als ik die glad strijk, huppel ik misschien zo de hemel in. Maar nog één dingetje.’ Hij voelde nog wel wat haperen. Dat is Remonstrantisme.
Daarentegen die verloren zoon. Hij had er alles doorgebracht. Hij viel zo in de handen van zijn vader. En weet je wat hij toen ontdekte? De vader was het die hem een nieuw kleed aandeed en schoenen aan zijn voeten deed. Het stond allemaal zo voor hem klaar. En het was feest. Want vrede is een vrucht van het werk van Christus. ‘Wij dan gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede met God’ (Rom. 5:1).
Heb je vrede met God? Weet je iets van de blijdschap om als een drenkeling te mogen liggen in de handen van je Redder.
3. HOE KUN JE WETEN OF JE AAN DE ZONDEN GESTORVEN BENT EN DUS
NIET MEER ONDER DE MACHT VAN DE ZONDE BENT?
Dat kan best een hele worsteling zijn. We lezen dat ook in Romeinen 6 en 7. En soms als je van voren, van achteren, van boven en van onderen zonden ziet, dan vraag je je af hoe het mogelijk is. En toch kun je het weten. Wie is er koning in je hart? Voor wie begeer je te leven? Want Paulus schrijft ook: ‘Ik heb een vermaak in de wet Gods naar de inwendige mens.’ We moeten onszelf niet bedriegen. Paulus had een verlangen om de voorste te zijn in heiligmaking. Hij wilde voor de Heere leven.
Dus laat ik dat aan je vragen: ‘Wil je voor de Heere leven, hoeveel je dan ook faalt? Hoe leef je? Wandel je naar de Geest van Christus? Is het iedere dag je gebed: “Heere, wilt U vandaag mijn Leidsman zijn?’
Dit moeten (en kunnen) we weten, want Johannes schrijft ook: ‘We weten dat we uit de dood overgegaan zijn in het leven.’ Hij wist het. Als je vanuit een donkere kamer naar buiten loopt, dan weet je dat toch? Zo is het ook in je leven, als de nacht van je zonde breekt en de Zon der gerechtigheid gaat schijnen. Als die Zon opgaat in je hart, dan weet je dat en dat kan niemand meer uit je geheugen wissen, hoe dat dan ook bestreden wordt. Hij zag op mij neer, dat weet ik zeker!
Doe ik dan geen zonde meer? Dat zeg ik niet, maar je bent wel gestorven aan de wereld. Je kunt niet meer leven naar de schema’s van deze wereld. Nee, dat houd ik niet uit. Hoe dat komt? Omdat God me te sterk geworden is. Omdat de zonde mijn Meester beledigt.
‘En wanneer is het slechts een gedaante van godzaligheid?’
Een gedaante van godzaligheid is alleen maar een stukje formalisme. Jezelf als bekeerd voordoen. Slechts activisme. ‘Je moet er nooit meer aan twijfelen. Je moet getuigen. Je moet en je moet!’
Dan lijkt het allemaal heel wat, maar het leeft niet. Er is geen hartelijke liefde tot God in Christus. Er staat in de Bijbel dat er mensen zijn die zelfs hun lichaam overgeven tot verbranding, maar waarbij de liefde ontbreekt. En daar gaat het juist om. Daaraan kun je het weten. Is de liefde van God in je hart uitgestort?
4. IS UW LEZING NIET SAMEN TE VATTEN IN: HEILIG ZIJN, KAN DAT? JA,
WANT GOD ZEGT DAT HET MOET EN DAAROM IS HET MOGELIJK, WANT BIJ GOD ZIJN ALLE DINGEN MOGELIJK. ALS HET AAN JEZELF MOEST LIGGEN DAN KAN HET NOOIT. VAN ONSZELF ZIJN WE ONWILLIG, ON-MACHTIG, ONBEKWAAM. WE ZIJN ONMENSEN. MAAR GOD IS GEWIL-LIG EN ALMACHTIG, DUS KAN HET TOCH WEL, HEILIG ZIJN.
Ik zou er toch een paar opmerkingen bij willen plaatsen.
Het woord ‘onmensen’ zou ik nooit gebruiken. Leer eerst maar eens dat je een mens bent. Voor God hoef je geen halve engel te zijn, maar een mens. ‘Alzo lief heeft God de wereld gehad.’ God neemt zondaren aan. Hij neemt het zaad Abrams aan. Gevallen mensen geeft Hij genade. Mensen (!) en geen onmensen.
Ik kan wel heel goed begrijpen dat je jezelf zo tegenvalt, zodat je zegt: ‘Ik lijk wel een onmens.’ Maar dat vind ik toch niet zo Bijbels.
Je schrijft: ‘van onszelf zijn we onwillig.’
Ik heb al gezegd dat we inderdaad onbekwaam zijn tot enig goed, maar ik ben toch niet onwillig. Jij wel? Onwillig? Nee, dan moet je de Psalmen maar eens lezen. Wat kom je dan tegen. Onwillig? Ik val mezelf vreselijk tegen, maar toch leren de Dordtse Leerregels leren: ‘in de wedergeboorte wordt de wil geneigd, de hartstochten geregeld’.
Ik begrijp ook wel dat het een moeilijk punt is. Groter zondaar worden en tegelijkertijd verandert er van alles. Je blijft niet dezelfde. Dat kan niet.
Want weet je wat er gebeurt? De Geest maakt een werkplaats van je hart. Dat is niet iets wat je zelf doet, maar wat de Géést doet.
En waar zijn mijn vruchten? Ja, waar zijn ze…?
Het werk van Geest daarentegen is niet onvruchtbaar. Ik krijg een Geest-doortrokken leven. Dat is bekeerd worden. Dat is niet omdat ik het allemaal doe. Dan zou ik het zwaar hebben. Dan breekt het zweet mij uit.
Ik weet dat de Géést mij leidt in het spoor van Zijn gerechtigheid. Het zijn vruchten van de Geest.
En daar hebben we onderwijs in nodig. Dat is ook waar.
5. ‘IS ER VERSCHIL TUSSEN HEILIGHEID EN REINHEID?’
Dat vind ik een hele moeilijke vraag. Ik moeten even nadenken of daar in de Heilige Schrift ook verschil tussen is. Ik weet één ding wel. Als het gaat over de heiligmaking als geschenk, dan moeten we niet denken dat het gaat over de dankbaarheid van de Catechismus. Misschien vraag je je af wat dat dan is. Dat is toch hetzelfde? Nee, dat is niet hetzelfde. Heiligmaking heeft niet alleen te maken met dankbaarheid, maar heiligmaking heeft ook te maken met ellende en verlossing. Heiligmaking is veel breder. Dat is apart gezet worden door God.
En daar hoort ook reinheid bij. Jazeker. Nog meer vruchten? Liefde, matigheid, blijdschap, zachtmoedigheid, lankmoedigheid. Maar dat is geen heiligmaking. Die vloeien voort uit de heiligmaking. Heiligmaking is veel rijker. Heiligmaking betekent dat je door God apart gezet bent. Zijn bruid, Zijn eigendom.
Zoals dat staat in Zondag 1 van de Catechismus: ‘Wat is je enige troost?’ Heiligmaking is niet meer van jezelf zijn, maar het eigendom van de Heere Jezus. Heiligmaking is veel rijker dan dat wij denken.
6. STEEDS GA IK DE MIST WEER IN. MAG JE BIDDEN OM KRACHT OM TEGEN DE ZONDE TE VECHTEN?
Ik hoop niet dat je me verkeerd begrepen hebt. Ik bedoel niet dat dat je niet bidden mag om kracht om tegen de zonde te vechten. Het gaat nooit buiten het gebed om. Gebed is de ademtocht van de ziel.
Maar dan zou ik je wel willen vragen: ‘Kun je nog zonder gebed? Kun je nog wel eten zonder Christus? Kun je nog wel drinken zonder Christus? Kun je nog naar de winkel zonder Christus?’
Waarom staat strijd je eigenlijk tegen de zonde? Om aangenaam te zijn in het oog van God? Om de bekering te verdienen?Ach, die heeft Christus verdiend. We willen allemaal een duit in het zakje doen, maar houd die rommel maar bij je. Je geld zij met je ten verderve. Jezus’ offer is volmaakt! Zijn bloed reinigt van alle zonden. En als je op dat fundament mag steunen, bid dan maar dagelijks. Pas als je op dat offer gefundeerd bent zeg ik: ‘Volhard in het gebed, iedere dag opnieuw.’
7. HET GAAT VANZELF OF HET GAAT HELEMAAL NIET. MOEILIJK HOOR,
ALS JE LEEST: ‘STRIJD OM IN TE GAAN!’ EN WAAROM IS ER DAN DE KERKELIJKE TUCHT? DAN IS ER TOCH SPRAKE VAN MOETEN?
Wat die laatste vraag betreft heb je gelijk. Al zeg ik ook dat er een heel andere reden achter tucht zit.
Als we kijken naar de kerkelijke tucht, zoals Jezus die bevolen heeft, dan is dat niet direct een moeten.
Dat lees je maar eens na. De Heere Jezus zegt dat je eerst naar je broeder moet toegaan en onder vier ogen met hem moet praten. Daarna een tweede persoon meenemen en als dat niet helpt moet je het tegen de gemeente zeggen.
Tucht betekent trouwens: ‘trekken in de goede richting’. Kerkelijke tucht, moeten? Nee, zo zou ik het nog niet eens willen noemen. De kerkelijke tucht is ten diepste ook in de liefde gedrenkt, opdat die ander zich zou bekeren van zijn dwaalwegen. In onze tijd doen we daar heel negatief over. Weet je waarom? We leven in een tijd, jongelui, waarin alleen maar slachtoffers zijn en geen schuldenaars. Ik bedoel: ‘Je mag niet meer zeggen dat iemand schuldig is. We zijn allemaal slachtoffers en we moeten altijd maar begrip voor iedereen hebben. We moeten in dialoog gaan en noem maar op.’
Maar kerkelijke tucht is juist liefde. God Zelf tuchtigt ook Zijn kinderen. Hij kastijdt een iedere zoon die Hij aanneemt en dat is liefde. Dus als het goed is, vindt kerkelijke tucht in liefde plaats.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er soms geen moeilijke beslissingen moeten vallen.
‘Moeilijk hoor, als je leest: ‘Strijdt om in te gaan.’’
Nou, als je werkelijk je leven hebt verloren in God en als je werkelijk de Heere Jezus mag kennen, dan zeg ik: ‘Welkom in de strijd!’ Het is inderdaad een leven van strijd. Want weet je wat de grootste strijd is? De strijd tegen je eigen ik, je eigen wereld, je eigen zonde.
Dus ik bedoel niet, dat er geen strijd is. Maar deze strijd betekent niet dat je moet knokken, dat je moet presteren. Maar weet je wat deze strijd is? Jezelf verloochenen. Achter Jezus aankomen. Zijn kruis vrolijk leren dragen. Het kruis van Jezus, die lieflijkste last van mijn leven. Dat is een hele strijd. En heel de wereld komt er tegenop. Alles en iedereen zal proberen om me van Christus af te houden. Zelfs de godsdienst. Ja, dat is een strijd.
En toch gaat het vanzelf.
‘Uw goede Geest, ik zeg het nog een keer, bestier mijn schreden.’
Door de Geest geleid, door de Geest getrokken in het spoor van Gods gerechtigheden.
8. WAT WORDT ER BEDOELD MET DE BENAMINGEN: ACTIEVE EN PASSIEVE
HEILIGMAKING?
Er zijn heel veel moeilijke woorden te bedenken, zoals bijvoorbeeld religieuze en ethische heiligmaking. Is het verkeerd om dat allemaal te onderscheiden? Nee, als je het daar dan maar wel helderder door krijgt. Maar meestal is het zo dat door die moeilijke onderscheidingen het juist alleen maar verwarrend wordt.
Meestal wordt met actieve heiligmaking de praktische heiliging bedoeld. De heiligmaking die voortvloeit uit de heiligmaking zoals die in Christus is (dat is de passieve heiligmaking). In Christus ben ik rein, heilig en volmaakt voor God. Passief.
Maar daaruit volgt zeker een actieve heiligmaking. ‘Wat zal ik de Heere vergelden voor Zijn weldaden aan mij bewezen?’ Hem al mijn liefde waardig schatten. Want de dienst van God is een liefdesdienst. David zingt hiervan: “Die liefdedienst heeft me nog nooit verdroten.” Het is geen slavenjuk, want waar de Geest des Heeren is, daar is vrijheid.
9. IS WEDERGEBOORTE HETZELFDE ALS KENNIS VAN CHRISTUS? DIT WERD
ME UIT UW REFERAAT NIET ZO DUIDELIJK.
Eigenlijk zou ik hier een uitgebreid onderwerp over moeten, maar ik zal heel kort ingaan op de vraag. We weten dat we allerlei onderscheidingen hebben: wedergeboorte, rechtvaardiging, heiligmaking, bekering etc.
En vaak is het niet duidelijk waar we het over hebben. Het gaat ten diepste allemaal om één zaak. Het is net als met een diamant. Een diamant heeft verschillende kanten. De ene keer kijk ik er van de ene kant tegenaan en een andere keer kijk ik van een andere kant.
Nu met betrekking tot de wedergeboorte. Wat kun jij eraan doen dat je geboren bent? Daar kun je toch niets aan doen? Dat is gewoon gebeurd. Zo is het ten diepste ook met het werk van God. Als je het over die kant van de diamant hebt, dan spreek je over de wedergeboorte. Wedergeboorte doet God.
Ik kan jullie vanavond wel zeggen dat je wederom geboren moet worden, want dat moet zeker gebeuren, maar ik kan het je niet als een bevel opgeven: ‘Dat moet je doen.’ Dat is strijdig met het karakter van de wedergeboorte.
En wij maar roepen: ‘Je moet wedergeboren worden!’ Maar dat kan niet, dat is een daad van God.
Weet je wat ik wel lees in de Schrift? ‘Geloof het Evangelie!’ Dan heb ik het over de andere kant van de diamant. God hoeft niet te geloven. Geloven is geen daad van God. Het is wel een gáve van God, maar de méns moet geloven. We zijn misschien wel erg bang om dat te zeggen, maar het is wel zo.
En geloof, wedergeboorte, kennis van Christus horen allemaal bij die ene zaak: het wonder van zalig worden.
De wedergeboorte wordt wel onderscheiden in engere zin en in ruimere zin. In engere zin bedoelt men het begin, als God in een mensenleven komt. En in ruimere zin bedoeld men (zoals de Nederlandse Geloofsbelijdenis) het leven van de bekering, een afwenden van de zonde.
Hoe je het ook benoemt; het gaat om één ding. En daar ga je mee naar huis. Ik lees in de Schrift: ‘Wie de Zoon heeft, die heeft het Leven. Wie de Zoon van God niet heeft, die heeft het Leven niet, maar de toorn Gods rust op hem.’ Dus als je de Zoon niet hebt, wat heb je dan wel? Zeg het dan? Je wedergeboorte? Ik hoop dat je eraan sterft! Dat meen ik echt. Je bekering? Je overtuiging? En dat buiten Christus? Ben je zo vroom? Ik hoop dat je een goddeloze wordt en niet meer dan een goddeloze.
Brakel schrijft ergens dat wanneer je denkt dat de wedergeboorte aan de kennis van Christus vooraf gaat, dat je dan in het grote gevaar bent dat je niet wederom geboren wordt, maar dat je genoeg hebt aan je godsdienst. Dat is erg.
We moeten leren: ‘Buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf, maar wie Hem vindt, die vindt het leven en trekt een welgevallen van de Heere Zijn God.’
Dan zijn Gods ogen in vriendelijkheid op je. Milde handen, vriendelijk ogen zijn bij Hem. Dan is Hij je Vader. Dan ontfermt hij Zich over je, zoals een Vader Zich ontfermt over Zijn kinderen. Dan zal Hij zorgen dat je niet wegloopt, want niemand zal ze uit Zijn hand rukken. Zie je wel? Zalig worden is zo’n groot wonder. Daar is niets van de mens bij. God houdt dat in Zijn hand en God neemt dat ter hand en Hij zal het voleindigen ook. Hij is het Begin en het Einde.
10. HOE WEET IK NU OF DE GEEST DER HEILIGMAKING IN MIJ WOONT.
WAAR MERK IK DAT AAN? ALS IK DAN PAS BIJ DE RECHTERSTOEL VAN CHRISTUS WEET DAT IK GOEDE WERKEN GEDAAN HEB, WAT MOET IK DAN? MOET IK DAN MAAR EEN HOOPJE HEBBEN DAT IK ZE GEDAAN HEB? EN WAT MOET IK DAN MET AL DIE ONHEILIGE WERKEN DIE IN MIJ OVERBLIJVEN? KUNNEN WIJ SOMS ALLEEN MAAR HET TEGENDEEL ZIEN VAN WAT HET IN WERKELIJKHEID IS?
Dat is een hele vraag.
Als je je zaligheid gaat bouwen op je werken, dan moet je art. 24 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis nog maar eens lezen. Want als je dat doet (zegt de Nederlandse Geloofsbelijdenis) dan zouden we altijd in het ongewisse verkeren of ik wel genoeg goede werken heb. En dat gevaar bespeur ik in deze vraag.
‘Hoe weet ik nu of de Geest in mij woont?’
Weet je hoe je dat weet? Vertel mij wie de Heere Jezus voor je is. Wat Hij in je leven doet.
Want als Hij alles voor je is, dan kan het niet anders dan dat de Geest zijn intrek heeft genomen. Want waar de vloek wordt weggenomen, daar zal de Geest intrek nemen. God doet geen half werk. Er zijn geen stiekeme bekeringen. Waar de vloek wordt weggenomen, daar zal de Geest niet aarzelen om van je hart een woonstede Gods te maken.
11. NA ONTVANGEN GENADE IS HET VOOR MIJ ONMOGELIJK OM HEILIG
VOOR GOD TE LEVEN.IK WEET DAT DE HEILIGMAKING IN CHRISTUS LIGT, MAAR ALS U WIST HOE DIKWIJLS IK WEER IN DE ZONDE VAL, DIE IK IN MIJN JEUGD ZO VAAK BEDREVEN HEB. HOE WORD IK HIER OOIT VAN VERLOST?
En een tweede vraag die ongeveer hetzelfde is:
VAN ONS IS NIETS TE VERWACHTEN, MAAR HOE MOET IK DAN ZALIG WORDEN? IK KOM ER NIET UIT.
Zonde overspoelt mij. Ik word er moedeloos van. Hoe moet ik zalig worden? Je belooft, je probeert, je wenst, maar het mislukt.
De ene vraagsteller schrijft: ‘na ontvangen genade’. Wat bedoel je met ontvangen genade?
De vraag is wat genade vandáág voor je betekent.
Weet je dat je vandaag ook weer genade nodig hebt? Of dacht je dat je dat nu niet meer nodig had? Dacht je dat je nu het lek boven water zou hebben?
‘Ja, maar hoe word ik dan Zijn beeld gelijkvormig?’
Door van genade te leven. Door iedere dag weer te verliezen. Iedere dag steeds groter zondaar worden, maar Hij steeds heerlijker. En ik in Hem al Zijn weldaden deelachtig.
12. KUNT U IETS ZEGGEN OVER DE UITSPRAAK: ‘BEKERING IS GEEN SCHIL-
DERIJ DAT WORDT OPGELAPT.’
Nee, God lapt de mens niet op. God schept iets nieuws. Hij is de grote Creator, de grote Schepper. Efeze 2: ‘In Christus Jezus geschapen tot goede werken die God voorbereid heeft.’ Dat doet God in je leven. Dat kan ik niet van elkaar loskoppelen.
Die in Christus is, die ìs een nieuw schepsel! Ja, dat is noodzakelijk. Het is niet dat ik nu beter ben dan gisteren. Want dat bedoel je met opknappen. Nee! Mij, de grootste der zondaren, is genade geschied. Dat is bekeerd worden.
Weet je waar we mee bezig zijn? Wij wandelen over de rampzaligheid op een plank. Dat is nogal wat. Het is een wankele plank en wij proberen ons evenwicht te bewaren door akkoordjes te zoeken. Iets van dit en iets van dat. Maar nu trekt God die plank onder je voeten weg. En ik hoop dat dat gebeurt!
Ja, wat moet je dan nog…? Dat is bekeerd worden.
Maar wat een wonder, je valt in de handen van een liefderijke Vader. Om Christus wil. Hij neemt het verlorene op en draagt het op Zijn schouders. Zie je die Herder gaan met dat schaap op Zijn schouders? Dat is zalig worden.
WAT DUNKT JE VAN DEZE CHRISTUS...?
Tenslotte:
Ik hoop dat jullie een beetje een antwoord gekregen hebben.
Als je het nu niet meer weet, buig dan vanavond je knieën en belijd aan de Heere dat je nog nooit één stapje naar God gezet hebt, maar wel duizend van Hem af. “Zo één ben ik Heere.”
Armen geeft Hij genade. En anders moet je het zelf maar doen. Hij wil állés of níéts voor je zijn, want Hij is een volkomen Zaligmaker. Geen halve.
|
|
|
 |
 Hoereerders zal God oordelen
Religie/Christendom | Goed nieuws
|
26 September 2009 | 15:51:05
 |
Moest u een schilderij van grote waarde bezitten -- bijvoorbeeld van vijfmiljoen frank -- hoe zou u het behandelen? Heel voorzichtig, neem ik aan, om te voorkomen dat het geschonden of gestolen zou worden. U stopt het niet zomaar in een kartonnen doos in de garage samen met wat vuile vodden.
Op werelds vlak is er niets van grotere waarde dan uw huwelijk (het huwelijk dat u al hebt, of het huwelijk dat u in het vooruitzicht hebt). Het is veel meer dan vijfmiljoen frank waard. Toch zijn er velen die heel onvoorzichtig daarmee omgaan.
Gods wetten i.v.m. seksualiteit en huwelijk zijn voor het welzijn van de mens. Omdat het huwelijk van zulk een grote waarde is, moet het ook ongeschonden bewaard worden, beveiligd tegen alle onreinheid.
Daarom lezen wij in de Schrift: "Het huwelijk zij in ere bij allen en het bed onbezoedeld, want hoereerders en echtbrekers zal God oordelen" (Hebreeën 13:4).
God heeft de mens als man en vrouw geschapen. Het verlangen naar huwelijksgemeenschap is door God gegeven en het huwelijksbed is eervol en rein. Het huwelijksgenot is een gave Gods. Salomo zegt: "Geniet het leven met de vrouw die gij liefhebt" (Prediker 9:9). "Uw bron zij gezegend, verheug u over de vrouw uwer jeugd: een liefelijke hinde, een bekoorlijke ree; laat haar boezem u te allen tijde vreugdedronken maken, wees bestendig verrukt over haar liefkozingen" (Spreuken 5:18,19).
Het huwelijksbed wordt echter door hoererij en overspel bezoedeld. Daarom zal God hoereerders en echtbrekers oordelen.
Wat is hoererij?
PORNEIA is het Grieks woord dat hier als hoererij wordt vertaald. Andere mogelijke vertalingen zijn 'ontucht', 'onkuisheid' of 'onzedelijkheid'. Het is een aanduiding voor allerhande buitenechtelijke en onnatuurlijke geslachtsgemeenschap. Men vindt voorbeelden waar dit woord betrekking heeft op ontucht bij ongehuwden, overspel, polygamie, prostitutie, homoseksualiteit, incest, en sodomie.
In Bakers Theologisch Woordenboek vinden we deze definitie: "In beperkte zin duidt 'hoererij' vrijwillige geslachtsgemeenschap aan tussen een ongetrouwd persoon en iemand van het ander geslacht. In deze betekenis worden de hoereerders (PORNOI) onderscheiden van de overspeligen (MOICHOI) zoals in 1 Korintiërs 6:9" (blz. 228).
In beperkte zin dus heeft 'hoererij' betrekking op geslachtsgemeenschap onder ongehuwden. Bij 'overspel' worden de rechten van een huwelijkspartner geschonden.
Dezelfde definitie vindt men in 'Theologisch Woordenboek' door Dr. H. Brink: "In strikte betekenis duidt hoererij die bepaalde zonde van onkuisheid aan welke bedreven wordt tussen ongehuwde personen van verschillend geslacht (fornicatio, ontucht). Gaat het over de door vrouwen als beroep beoefende en geëxploiteerde hoererij, dan spreekt men eerder van prostitutie, en komt het minder in aanmerking of de personen al of niet gehuwd zijn" (Deel II, blz. 2266).
Het woord 'hoererij' (PORNEIA) wordt echter ook gebezigd in en meer algemene betekenis. Zoals Baker vervolgt: "In ruimere zin betekent PORNEIA onwettige samenleving van het ene zowel als het andere geslacht met een getrouwd persoon. In zijn ruimste betekenis duidt PORNEIA onzedelijkheid in het algemeen aan, of iedere soort van seksuele overtreding" (blz. 228).
Met betrekking tot dit ruimste gebruik van PORNEIA vindt men in het 'Theologisch Woordenboek van het Nieuwe Testament' onder redactie van G. Kittel: "Het Nieuwe Testament is gekenmerkt door de onvoorwaardelijke afwijzing van iedere buitenechtelijke of tegennatuurlijke geslachtsgemeenschap" (Deel VI, blz. 590).
Omdat alle vormen van hoererij schadelijk zijn voor de mens en voor het huwelijk worden zij in het Nieuwe Testament ten stelligste veroordeeld.
"Maar van hoererij en allerlei onreinheid of hebzucht mag onder u zelfs geen sprake zijn, zoals het heiligen betaamt, en evenmin van onwelvoeglijkheid en zotte of losse taal, die geen pas geven, doch veeleer van dankzegging. Want hiervan moet gij doordrongen zijn, dat in geen geval een hoereerder, onreine of geldgierige, dat is een afgodendienaar, erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en God" (Efeziërs 5:3-5).
"Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars en alle leugenaars -- hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood" (Openbaring 21:8).
"Buiten zijn de honden en de tovenaars, de hoereerders, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder, die de leugen liefheeft en doet" (Openbaring 22:15).
Wel kan men door Christus vergeving ontvangen indien men zich bekeert. Paulus schreef aan de Korintiërs: "Of weet gij niet, dat onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet beërven zullen? Dwaalt niet! Hoereerders, afgoden-dienaars, overspelers, schandjongens, knapenschenders, dieven, geldgierigen, dronkaards, lasteraars of oplichters, zullen het Koninkrijk Gods niet beërven. En sommigen uwer zijn dat geweest. Maar gij hebt u laten afwassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd door de naam van de Here Jezus Christus en door de Geest van onze God" (1 Korintiërs 6:9-11).
Te Korinte werd hoererij door sommige christenen bedreven en dit werd zelfs door de anderen aanvaard. Misschien kwam dit voor wegens de mening onder de Grieken dat seksuele bevrediging iets heel gewoons was, zoals eten en drinken. Paulus heeft dit lichtzinnig idee weerlegd: "Het voedsel is voor de maag en de maag voor het voedsel, en God zal zowel het een als het ander teniet doen. Maar het lichaam is niet voor de hoererij, doch voor de Here, en de Here voor het lichaam" (1 Korintiërs 6:13).
"Vliedt de hoererij. Elke andere zonde, die een mens doet, gaat buiten zijn eigen lichaam om. Maar door hoererij bezondigt men zich aan zijn eigen lichaam" (1 Korintiërs 6:18).
Paulus heeft niet alleen de hoereerders maar ook de gemeente tot bekering geroepen omdat hoererij in haar midden werd geduld: "Inderdaad men spreekt van hoererij onder u, en zulk een hoererij, als zelfs onder de heidenen niet (voorkomt), dat iemand leeft met de vrouw van zijn vader. En gij zijt opgeblazen in plaats van u veeleer te bedroeven, en dus de bedrijver van die daad uit uw midden te verwijderen?" (1 Korintiërs 5:1,2).
Indien een christen deze zonde bedrijft en weigert zich te bekeren, moet hij uit de gemeente gezet worden. Dit geldt (1) om de persoon zelf te doen inzien dat hij zich moet bekeren en (2) om te voorkomen dat hij oneer aan Christus brengt.
Paulus verduidelijkt: "Ik schreef u reeds in mijn brief, dat gij niet moest omgaan met hoereerders; niet met de hoereerders uit deze wereld in het algemeen of met de geldgierigen en oplichters of afgodendienaars, want dan zou men wel uit de wereld moeten gaan. Nu evenwel schrijf ik u, dat gij niet moet omgaan met iemand, die, al heet hij een broeder, een hoereerder, geldgierige, afgodendienaar, lasteraar, dronkaard, of oplichter is; met zo iemand moet gij zelfs niet samen eten" (1 Korintiërs 5:9-11).
Paulus verlangde dat deze zondaars zich zouden bekeren voor hij weer op bezoek kwam: "Ik vrees, dat, als ik weer kom, mijn God mij bij u verootmoedigen zal en dat ik zal hebben te treuren om velen van hen, die vroeger in de zonde geleefd hebben en nog niet tot berouw zijn gekomen over de onreinheid, hoererij en ontucht, die zij gepleegd hebben" (2 Korintiërs 12:21).
Aan de jonge man Timoteüs schreef Paulus: "Schuw de begeerten der jeugd en jaag naar gerechtigheid, naar trouw, naar liefde en vrede met hen, die de Here aanroepen uit een rein hart" (2 Timoteüs 2:22).
Een christelijk huwelijk dient in reinheid en eerbaarheid voorbereid en gesloten te worden. (De volgende tekst citeer ik uit de Petrus Canisius vertaling waar de betekenis duidelijker naar voren komt.) "Want dit is Gods wil, uw heiliging: dat gij u namelijk van ontucht onthoudt; dat ieder van u zijn eigen vrouw weet te verwerven in heiligheid en eerbaarheid, niet in hartstochtelijke begeerlijkheid, zoals de heidenen, die God niet kennen; dat niemand zich te buiten gaat, en in deze aangelegenheid zijn broeder bedriegt. Want de Heer is de Wreker van al deze dingen, zoals we het vroeger hebben gezegd en voortdurend betuigd. Want God heeft ons niet tot onreinheid geroepen, maar tot heiligheid" (1 Tessalonicenzen 4:3-7).
Het ideale huwelijk wordt als beeld gebruikt voor de verhouding tussen Christus en Zijn gemeente, zoals Paulus schreef: "Want met een ijver Gods waak ik over u, want ik heb u verbonden aan één man, om u als een reine maagd voor Christus te stellen" (2 Korintiërs 11:2).
Alle gelovigen samen zijn de bruid van Christus. Voor Hem dienen wij ons rein te houden: "Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen" (Openbaring 19:7,8).
Het huwelijk is een schone schilderij dat veel meer waard is dan vijfmiljoen frank. Laten wij het huwelijk rein en ongeschonden bewaren, en ook bedenken dat het huwelijk met het Lam nog veel meer waard is.
"Het huwelijk zij in ere bij allen en het bed onbezoedeld, want hoereerders en echtbrekers zal God oordelen" (Hebreeën 13:4).
|
|
|
 |
 Wandelen met God.
Religie/Christendom | Wandelen met God
|
05 Februari 2008 | 07:55:42
 |
Wandelen met God.
Ter inleiding.
In Henoch’s leven zien wij de blauwdruk voor ons leven, Henoch geloofde in de Here God en leefde er naar. Ook van ons wordt verwacht dat wij eenvoudig geloven hetgeen de Here Jezus beloofd heeft, óók de belofte van Zijn komst voor de Gemeente, die belofte moet ons genoeg zijn en mogen (moeten) wij Hem elke dag verwachten. Niet het aardse, niet onze omstandigheden of onze problemen en ziekten zijn de maatstaf voor ons geloof, maar de belofte dat hij een wedergeboren christen zal behouden voor tijd en eeuwigheid is ons heerlijk vooruitzicht.
Henoch, de man die met God wandelde
'Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer; want God nam hem weg' Genesis 5:24
Profeet
De naam Henoch betekent 'toegewijd', of 'ingewijd'; vandaar ook 'leraar'. Door te wandelen met God verkreeg Henoch zelf inzicht in Gods plannen en gedachten, en was hij ook in staat om anderen te onderwijzen. Dit maakte hem tot een profeet, een boodschapper van Godswege in een verdorven wereld die God de rug had toegekeerd. Wij lezen namelijk heel duidelijk in de Brief van judas dat Henoch heeft geprofeteerd. Hij sprak over de komst van de Heer ten oordeel:
'En ook Henoch, de zevende van Adam af, heeft van dezen geprofeteerd door te zeggen: Zie, de Heer is gekomen temidden van zijn heilige tienduizenden, om oordeel uit te oefenen tegen allen ...' Judas: 14-15.
Als wij zien welke kwalificaties Henoch kreeg toegemeten mag het schaamrood ons wel eens op de kaken komen, door onze wedergeboorte zijn wij verzegeld met de Heilige Geest en dus …….. ingewijd! En zouden wij de Here ook niet toegewijd moeten zijn, Hij die ons gered heeft van de eeuwige dood? En hoe zit het met ons leraarschap? Had de apostel Paulus het daar ook al niet over?:
“Want hoewel gij, naar de tijd gerekend, leraars behoordet te zijn, hebt gij weer nodig, dat men u de eerste beginselen van de uitspraken Gods leert, en gij hebt nog melk nodig [en] geen vaste spijs. Want ieder, die nog van melk leeft, heeft geen weet van de rechte prediking: hij is nog een zuigeling. Maar de vaste spijs is voor de volwassenen, die door het gebruik hun zinnen geoefend hebben in het onderscheiden van goed en kwaad.” Hebreeën 5:12-14
Het is waar, soms zijn we tien, twintig of dertig jaar op de weg van de Here en zijn we nóg niet in staat om Hem op Zijn woord te geloven, hebben we wonderen en tekenen nog om ons zwak geloof te (laten) bevestigen. Eigenlijk drinken vele van ons hun gehele geloofsleven melk, kindervoedsel.
God maakt zijn plannen bekend
God openbaart zijn plannen en gedachten ‑ ook ten aanzien van de toekomst ‑ aan zijn knechten, de profeten. Het is zoals wij lezen in het Boek Amos:
'Gewis, de Heere Heere zal geen ding doen, tenzij Hij Zijn verborgenheid aan Zijn knechten, de profeten, geopenbaard heeft' . Amos 3:7
Het is de wens van Gods hart om zijn gedachten bekend te maken aan de zijnen en zijn plannen met hen te delen. Wij zien dit ook in het leven van Abraham:
'En, de Heere zeide: Zal Ik voor Abraham verbergen, wat Ik doe?' Genesis 18:17
Het daarop volgende gesprek met Abraham leidde tot diens voorbede voor Sodom en de redding van Lot. Maar om Gods gedachten te leren kennen, is het wel nodig dat wij leven en wandelen voor zijn aangezicht. De vraag is dan hoe een zondig mensenkind dat van God vervreemd is, dicht aan Gods hart kan worden gebracht, om daar kennis te nemen van Gods verborgen gedachten? Dat kan slechts tot stand komen door de nieuwe geboorte en de inwoning van de Heilige Geest; dan pas is er sprake van harmonie met God. Als wij uit God geboren zijn, zijn wij geliefde kinderen en is er niets dat God voor ons verborgen houdt. Zo lezen wij in 1 Corinthiërs 2 dat wij door de Geest die in ons woont en door het geïnspireerde Woord kennis verwerven van Gods verborgen gedachten, van zijn plannen:
'Zoals geschreven staat: 'Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben'. Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest...'.
1 Corinthe 2:6‑16
Dit grote voorrecht genieten wij als kinderen van God, terwijl wij leven in een wereld die van God vervreemd is en die geen weet heeft van zijn gedachten. Kennen wij deze gemeenschap met Hem? Groeien wij in de kennis van Hem en van Christus, die het centrum is van al Gods plannen en gedachten? Denken wij er wel eens aan dat ons gedrag Hem kan bedroeven? Hebben wij genoeg aan de omgang met Hem of zoeken wij onze geloofsbeleving bij mensen die zichzelf op een voetstuk plaatsen? Zoeken wij bevestiging van ons geloof bij hen die ons wonderen en tekenen beloven? Laten wij onszelf onderzoeken of wij werkelijk leven en wandelen voor Gods aangezicht, of wij wandelen met God.
Verstoord contact.
Een wandel met God was het deel van Adam en Eva in de hof van Eden, maar zij verloren dit voorrecht door de zondeval. Toen zij ná de val het geluid van de Here God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen zij zich voor Hem:
“Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechtten vijgebladeren aaneen en maakten zich schorten.Toen zij het geluid van de Here God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de Here God tussen het geboomte in de hof.En de Here God riep de mens tot Zich en zeide tot hem: Waar zijt gij?” Genesis 3:7-8
Het contact met God was verstoord, de mens had niet gewandeld in zijn wegen. Gelukkig wees God Zelf de weg terug, de weg ten leven, en wel op grond van de dood van een plaatsvervangend offer. Dit opende de mogelijkheid om toch weer met God te wandelen, zelfs temidden van een wereld die Hem niet kende en die in opstand tegen Hem verkeerde. Adam en Eva hebben om zo te zeggen ook ná de val met God gewandeld, en wel doordat zij zich door God lieten bekleden met klederen van vellen en geloof hechtten aan zijn beloften. Abel heeft met God gewandeld, doordat hij een bloedig offer bracht in overeenstemming met Gods gedachten. Seth en zijn nakomelingen hebben met God gewandeld, doordat zij de naam des Heren aanriepen.
Henoch en Noach
Henoch heeft heel duidelijk herwonnen wat Adam door zijn val had verbeurd. Tweemaal lezen wij van hem dat hij met God wandelde:
“En Henoch wandelde met God, nadat hij Metuselach verwekt had, driehonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijfenzestig jaar. En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen.” Genesis 5:22-24
Van Noach wordt hetzelfde vermeld: 'Noach wandelde met God' (Genesis 6:9). Is het mogelijk om met God te wandelen in een wereld die Hem de rug heeft toegekeerd en die het oordeel tegemoet gaat? Het voorbeeld van deze beide mannen geeft een bevestigend antwoord op die vraag. Vergelijk in dit verband ook de woorden van de Psalmist:
'De verborgenheid des Heeren is voor hen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun die bekend te maken'.
Psalm 25:14
Henoch werd na een lang leven met God plotseling opgenomen van dit aardse toneel, om Hem in hemelse heerlijkheid te dienen en te loven. Noach werd na een lange wandel met God veilig overgebracht naar een nieuwe wereld, om Hem op een gereinigde aarde opnieuw te dienen en te eren. De wegneming van Henoch is een beeld van de opname van de gemeente:
“Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, Want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; Daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen.Vermaant elkander dus met deze woorden.”
1 Thessalonicenzen 4:15-18
Zoals Henoch, de profeet, mag ook de Gemeente, “de profeet”, de getuige van Christus Jezus op aarde, haar Heer tegemoet gaan in de lucht om voor altijd bij Hem te zijn. Omdat de Gemeente het heeft “verdiend?” Nee, het is allemaal genade, genade door de Here Jezus Christus. Henoch wist heel goed dat een mens niet door werken behouden kon worden, de bloedstorting die plaats vond in zijn offers reinigden hem voor God. Zo is de Gemeente gered door bloedstorting op het kruishout van Golgotha.
De redding van Noach is profetisch gezien een beeld van de bewaring van het gelovige overblijfsel van Israël tijdens de oordelen van de grote verdrukking. Zoals Noach door de oordeelswateren heen veilig aankwam op een nieuwe aarde, zullen de verzegelden uit Israël gespaard blijven in de komende oordeelstijd en veilig de nieuwe wereld van het vrederijk bereiken. Op dit moment, anno 2002, staat Israël op en heel moeilijk punt in haar bestaan, de wereld dringt zich aan haar op, een wereld onderleiding van satan. Wij zien hier het beeld uit de tijd van Henoch en Noach, Noach maakte zich op om een ark te bouwen en Henoch kon ik moment door de Here God van de aarde weggenomen worden. In een dergelijke situatie bevindt de mensheid zich op dit moment ook, de Gemeente kan elk moment van de aarde weggenomen worden terwijl Israël zich voor bereid, zich opmaakt voor de strijd die staat te komen. Een de rest van de mensheid? De rest van de mensheid heeft het druk, ze is bezig met kopen en verkopen, oorlogvoeren en terroriseren, egoïsme en wreedheid. De huidige mensheid is op precies de zelfde wijze bezig zoals in de dagen van Noach en zal niet merken dat de golven van oorlog en geweld over de aarde zullen gaan rollen.
Israël heeft een specifiek aardse toekomst, ze zal zoals Noach in een “opgeruimde” wereld leiding aan de volken geven. De Gemeente een specifiek hemelse toekomst, zij zal binnenkort, wie weet hoe vlug al, van de aarde weggenomen worden, de Here Jezus Christus tegemoet in de lucht.
Het keerpunt in Henoch's leven schijnt de geboorte van zijn zoon te zijn geweest:
'En Henoch wandelde met God, nadat hij Methtísalah gewonnen had, driehonderd jaren' Genesis 5:22
Waarschijnlijk kreeg hij door de geboorte van zijn zoon een betere indruk van Gods grootheid als de Schepper van het leven. Misschien is hij toen ook gaan nadenken over der realiteit van de val van de mens, de ernst van de dood en de noodzaak van de verlossing.
Zo bracht de zegen die hij ondervond in zijn gezin hem dichter tot God, zodat hij werkelijk met God ging wandelen.
En Henoch bleef met God wandelen, wel driehonderd jaar lang ‑voor onze begrippen een enorme tijd. Zou er één dag geweest zijn in al die lange jaren dat Henoch afdwaalde en niet met God wandelde? Ik denk het niet. Wanneer wij ouder worden en vele jaren met de Heer hebben gewandeld, zijn wij ertoe geneigd van Hem af te wijken en onze eigen wegen te volgen. Dat zien wij bijvoorbeeld in het leven van Salomo, die vreemde goden ging dienen toen hij oud geworden was. (1 Koningen 11:4)
Henoch bleef bewaard voor afdwalingen. Hij week niet van de zijde van de God met Wie hij wandelde, evenals Ruth zich vastklemde aan haar schoonmoeder en Elisa weigerde Elia te verlaten (Ruth 1; 2 Koningen 2). Het lange leven van Henoch eindigde op een heerlijke wijze, doordat God hem plotseling opnam in de hemel. Wij als christenen hebben dezelfde hoop, dezelfde toekomstverwachting.
Drie aspecten van het wandelen met God.
Er zijn eigenlijk drie aspecten van het leven van Henoch die ik zou willen beklemtonen, drie belangrijke gevolgen van een wandel met God, en wel ten aanzien van onszelf, ten aanzien van de Heer, en ten aanzien van de wereld waarin wij leven:
-
Wat onszelf betreft; zien wij in het voorbeeld van Henoch dat wij in gelukkige gemeenschap met God kunnen en mogen wandelen. Wat leren wij als wij zo met God wandelen? Wij leren Hem kennen als onze liefdevolle Vader, in zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus. Wij leren ook wie wijzelf zijn, zowel in onze natuurlijke toestand als in onze positie in Christus. Wij zijn aangenaam gemaakt in Hem, tot volheid gebracht in Hem, de Geliefde. Door met God te wandelen verwerven wij ook kennis van Gods plannen en gedachten met betrekking tot tal van andere zaken. Wij leren wat Gods gedachten zijn over de wereld in haar huidige toestand onder de heerschappij van de overste van deze wereld, maar ook in haar toekomstige toestand onder de regering van Christus. Wij leren wat onze toekomst is met Christus, zijn komst voor de zijnen, de opname van de Gemeente en haar invoering in het Vaderhuis. Maar ook wat onze rol zal zijn als hemelse heiligen in het komende vrederijk, na Christus' wederkomst met kracht en grote heerlijkheid. Wij hebben de gelukkige hoop dat wij evenals Henoch de dood niet zullen zien:
“Door het geloof is Henoch weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want voordat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij Gode welgevallig was geweest.” Hebreeën 11:5
Wij verwachten Gods Zoon uit de hemelen, Jezus, die ons redt van de komende toorn:
“En uit de hemelen zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de doden opgewekt heeft, Jezus, die ons verlost van de komende toorn.” 1 Thessalonicenzen 1:10
En verder:
'En wij, de levenden die overblijven tot de komst van de Heer, zullen de ontslapen gelovigen geenszins vóórgaan. Want de doden in Christus zullen eerst opstaan; daarna zullen wij, de levenden die overblijven, samen met hen in wolken worden opgenomen de Heer tegemoet in de lucht; en zó zullen wij altijd met de Heer zijn'
1 Thessalonicenzen 4:15‑18
'Wij zullen niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin; want de bazuin zal klinken, en de doden zullen onvergankelijk worden opgewekt en wij zullen veranderd worden' 1 Corinthe 15:51,52
In Genesis 5 staat het einde van Henoch's leven in groot contrast tot dat van alle andere mensen, van wie telkens wordt herhaald: '...en hij stierf.' Henoch werd weggenomen opdat hij de dood niet zag, en zo zal het ook gaan met de levenden die overblijven tot de komst van de Heer. Wij zijn de grote uitzondering temidden van een wereld die onderworpen is aan de macht van de dood en van de vruchteloosheid. Ondertussen zal God ons zegenen in onze dagelijkse wandel met Hem. Terwijl wij met Hem wandelen door de aardse woestijn, zullen wij tegelijkertijd als priesters voor zijn aangezicht staan om Hem te dienen in het hemelse heiligdom, vergelijk Deuteronomium 10:8 met de huidige toestand van de gelovigen uit de heidenen:
“Toen zonderde de Here de stam der Levieten af om de ark van het verbond des Heren te dragen, voor de Here te staan om Hem te dienen, en in zijn naam te zegenen tot op deze dag.” Deuronominium 10:8
Toen, onder de wet, was het een afgezonderde stam die tot de Here mocht komen, nu mag een ieder tot Hem komen die rein is gewassen door het bloed van de Here Jezus Christus. Wij mogen zelfs zoals Johannes aanliggen in de directe tegenwoordigheid van de Heer:
“Een van de discipelen, dien Jezus liefhad, lag aan de boezem van Jezus”. Johannes 13:23
Dat zijn de persoonlijke kenmerken en zegeningen van een wandel met God.
-
Wat God betreft, zal onze wandel met Hem strekken tot Zijn eer en verheerlijking. Zo zal Hij praktisch zijn welbehagen in ons vinden, in onze handel en wandel, in heel ons doen en laten. Christus Zelf is ons volmaakte voorbeeld in dit opzicht, want Hij was de geliefde Zoon, in Wie de Vader zijn welbehagen had gevonden (Mattheüs 3:17).
In de Griekse vertaling van het Oude Testament wordt het woord 'wandelen' in Genesis 5:24 vertaald door 'behagen'. Zó wordt dit vers geciteerd in het Nieuwe Testament:
'...want vóór zijn wegneming heeft hij [d.i. Henoch] getuigenis verkregen dat hij God behaagd had'.
Hebreeën 11:5
Het leven van Henoch vormde een groot contrast met dat van zijn naamgenoot in de lijn van Kaïn, de man die niet met God wandelde en wegging van het aangezicht des Heeren:
“Toen ging Kaïn weg van het aangezicht des Heren, en ging wonen in het land Nod, ten oosten van Eden. En Kaïn had gemeenschap met zijn vrouw en zij werd zwanger en baarde Henoch; daarna werd hij de stichter van een stad en hij noemde deze stad naar zijn zoon Henoch”. Genesis 4:16-17
Een heel belangrijk kenmerk van zo'n wandel met God is dat het een leven uit geloof is, want zonder geloof is het onmogelijk Hem te behagen (Hebreeën 11:6). Dat begint al met de rechtvaardiging: die is niet op grond van werken, maar op grond van geloof.
“Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven”. Romeinen 1:16-17
Gerechtvaardigd op grond van geloof, hebben wij vrede met God door onze Heer Jezus Christus.
“Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus”. Romeinen 5:1
Maar de rechtvaardige moet ook door het geloof blijven leven (Galaten 3:11; Hebreeën 10:38). Christenen wandelen door geloof, niet door aanschouwen:
“Daarom zijn wij te allen tijde vol goede moed, ook al weten wij, dat wij,zolang wij in het lichaam ons verblijf hebben, ver van de Here in den vreemde zij(Want wij wandelen in geloof, niet in aanschouwen) Maar wij zijn vol goede moed en wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen.”
2 Corinthe 5:7
Paulus wijst in deze tekst ons op een pijnlijk punt, hij zegt hier: “Want wij wandelen in geloof, niet in aanschouwen”.
De schoen wringt bij ons vaak in het “aanschouwen”, wij willen zo graag “zien”, “voelen”, “ervaren” of anderszins. Ons geloofsleven is vaak niet gebaseerd op “geloven alleen”, nee wij willen bevestigd worden in genezingen, ervaringen, enz. Op het moment dat wij beseffen dat de ervaringen en genezingen uitblijven, dat ons geloof in – en de redding dóór de Here Jezus Christus ons genoeg moet zijn komen er diepe teleurstellingen. Natuurlijk weten wij vanuit het Woord van de Here Jezus dat Hij op de eerste plaats in ons leven behoord te staan, maar toch? Wij hopen diep in ons hart dat al die ervaringen wél voor ons zijn.
-
Wat betreft de wereld, zullen wij evenals Henoch getuigen van het komende gericht. Henoch was een profeet, en hij heeft geprofeteerd door te zeggen:
'Zie, de Heer is gekomen temidden van zijn heilige tienduizenden, om oordeel uit te oefenen tegen allen en elke ziel te bestraffen om al hun werken van goddeloosheid die zij goddeloos bedreven hebben, en om alle harde woorden die goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben' Judas: 15
Wij zullen de mensen die ons omringen waarschuwen. Wij hebben een profetische boodschap, evenals Henoch die lang geleden had. Het is dezelfde ernstige boodschap: de Rechter staat voor de deur, om alle goddelozen te oordelen en alle goddeloosheid te vergelden. Zijn wederkomst met macht en majesteit zal gerechtigheid en vrede en blijdschap op aarde brengen. De dag van de wraak zal niet lang meer op zich laten wachten (Jesaja 61:2). Nu is het echter nog de aangename tijd, de dag van de behoudenis (Lucas 4:19; 2 Corinthe 6:2).
Laten wij zó wandelen met God, terwijl wij wachten op de terugkeer van zijn Zoon en de wereld waarschuwen voor de dingen die spoedig moeten gebeuren.
|
|
|
 |
 Onze Vader
Religie/Christendom | Onze Vader
|
25 November 2007 | 23:23:48
 |
Onze Vader die in de hemelen zijt:
Het woord 'Onze Vader' drukt niet alleen een nieuwe persoonlijke intimiteit uit (Abba=papa), maar in dit woord is de roeping en verlossing van Israël besloten. De eerste keer dat God zich als Vader noemt van Israël is in Exodus 4:22,23. Dat Israël God Vader noemde, betekende dat het volk bleef hopen op vrijheid. De slaven werden geroepen zonen te zijn. Jezus wil ons klaarmaken voor de nieuwe exodus. Dus niet alleen intimiteit, maar ook revolutie: niet alleen vertrouwdheid, maar ook hoop. 'Onze Vader' betekent ook als een kind leerling van de Vader willen zijn. Daarom is het gebruik van het woord 'Vader' voor God een grote geloofsdaad vol heilige moed en riskant gedrag. 'Onze Vader' zeggen houdt niet alleen de moed, de pure onbeschaamdheid in om in de aanwezigheid van de levende en almachtige God te wandelen en te zeggen 'hallo Pap'. Nee, het is de moed en het grote risico om rustig te zeggen: "Mag ik alstublieft ook een leerling van U zijn?" Het betekent intekenen op het Koninkrijk van God.
Uw naam worde geheiligd:
Dat wil zeggen: dat U aanbeden mag worden door uw gehele schepping, dat de gehele kosmos uw lof mag verkondigen, dat de gehele wereld bevrijd mag worden van onrecht, mismaaktheid, zonde en dood en dat Uw naam mag worden geheiligd. Wanneer we voor het Aangezicht van de levende God met de donkerheid en pijn van de wereld in ons hart, bidden dat Hij zijn aloude beloften zal vervullen en de overwinning van Golgotha en Pasen voor de gehele kosmos zal volmaken - dan mogen we ontdekken dat onze eigen pijn, onze eigen donkerheid, er op de één of andere manier ook in wordt meegenomen. Ik geloof dat christelijke spiritualiteit dit is: de afwisseling van ons aanwezig zijn in de pijn van de wereld en het neerknielen voor het Aangezicht van de Schepper van deze wereld. Het is twee dingen bij elkaar brengen in de Naam van Jezus door de overwinning van het kruis. Het is leven in de spanning van de dubbele advent, en van God 'Vader' noemen. Het is onze taak om naar het Onze Vader toe te groeien, om het aan te durven onze oudere broer te spelen, het dagelijkse brood en de dagelijkse vergeving te zoeken. Dit doen we door zijn kleren te dragen, in zijn schoenen te staan, aan zijn tafel feest te vieren, met Hem te huilen in de Hof, deel te hebben aan zijn lijden en zijn overwinning te kennen.
Uw koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde:
Hiermee pakt Jezus de drie thema's van Jesaja's boodschap op en gaf de aanzet tot de verwerkelijking ervan: de bevrijding van Israël in gevangenschap, de overwinning op het kwade en de terugkeer van de Here naar Sion. Jezus heeft de penicilline ontdekt, wij nemen het in om zelf genezen te worden, en het anderen te kunnen toedienen. Als wij dit gebed bidden, betekent het dat als wij opzien naar het Aangezicht van onze Vader in de hemel en ons toewijden aan de heiliging van zijn naam, wij ook meteen uitzicht hebben op de wereld die Hij heeft gemaakt. We zien de wereld dan zoals Hij die ziet. Kijk ernaar met de liefde die de Schepper heeft voor zijn bijzonder mooie schepping. Kijk er ook naar met de diepe pijn die de Schepper voelt voor de staat waarin zijn gehavende en verscheurde wereld verkeert. Voeg deze twee beelden samen en stel het beeld scherp: de liefde en de pijn gaan samen op in het beeld van Jezus, het beeld van het Koninkrijk, het beeld van het kruis - nooit was er liefde, geliefde Koning, nooit was er pijn zoals die van U! Bid met deze Jezus voor ogen opnieuw: "Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde!" Net als Jezus bad en handelde, bidden wij voor de verlossing van de wereld. We bidden voor de totale nederlaag en uitroeiing van het kwaad. We bidden dat hemel en aarde uiteindelijk met elkaar zullen trouwen, dat God zal zijn alles in allen. Als we op deze manier bidden, moeten we natuurlijk ook bereid zijn om op deze manier te leven. We bidden dit voor de wereld, de kerk, en onszelf.
Geef ons heden ons dagelijks brood:
De diepste betekenis van deze bede is "Geef ons, hier en nu, het brood des levens dat beloofd is voor de grote morgen". Geef ons de zegeningen van het Koninkrijk dat komt. Geef ons een voorschot op de erfenis. Verder betekent het ook "Geef ons elke dag ons dagelijks brood". De dagelijkse noden en wensen verwijzen naar iets wat daarbuiten ligt, naar Gods belofte van het Koninkrijk, waarin geen dood en zorgen meer zullen zijn. Maar dat betekent óók dat de belofte van het Koninkrijk in deze noden voorziet en er niet minachtend op neerkijkt als iets minderwaardigs. God kent onze verlangens, zodat wij ze mogen verwoorden in ons gebed. Daardoor worden ze uit de knoop gehaald, op een rijtje gezet en wordt ze opnieuw bestaansrecht gegeven. Bovendien, omdat God zelf uiteindelijk het meest wezenlijke voorwerp van onze honger is, vragen we met deze bede of wij met God zelf gevoed mogen worden. Het bestaat niet dat God dit gebed niet zal verhoren. Verder leren we over onze eigen behoeften heenkijken, naar anderen die niet hebben wat wij vragen voor morgen. We zouden dit gebed voor de hongerigen ook moeten bidden met de hongerigen en al die mensen die wanhopig zijn door welke noden dan ook. We zouden, terwijl we het Onze Vader bidden, onszelf moeten zien als leden van een groter christelijk gezin, en een menselijk gezin, dat naast de hongerigen staat en in dit opzicht namens hen bidt. In deze bede bieden we onszelf aan om vertegenwoordigers van deze wereld te zijn (koninklijk priesterschap). Als proef op de som om te zien of we het gebed op deze manier oprecht hebben gebeden, kunnen we bij onszelf nagaan of we bereid zijn om ook letterlijk naast degenen te staan voor wie wij beweerden te hebben gesproken. In zekere zin is de avondmaalsviering de hoogste vorm van gebed en het eerste, meest basale antwoord op ons gebed. Het is misschien een klein begin, maar toch. Neem de volgende keer wanneer je het Avondmaal viert, iemand die je kent en het brood van God letterlijk of figuurlijk hard nodig heeft, in gedachten met je mee. Dit kan ook iemand zijn van wie je hebt gehoord of die je hebt gezien op de televisie. Neem ze met je mee en laat ze in gedachten met jou aan de tafel zitten. Laat ze het brood en de wijn met je delen. En als je gesterkt door het voedsel van God teruggaat, vraag je dan af wat deze nieuwe vriend zou bedoelen als hij of zij bidt "Geef ons heden ons dagelijks brood". Vraag dan hoe jij deel kunt uitmaken van Gods verhoring van dat gebed. Wijzelf mogen immers alleen aan Jezus' tafel zitten, omdat Hij de gewoonte had om feest te vieren met allerlei slechte mensen. Wordt het geen tijd dat we Hem dit nadoen?
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren:
In plaats van echte vergeving heeft onze generatie het vage begrip 'tolerantie' aangeleerd, wat op z'n best een derderangs parodie op vergeving is. Aangezien onderdrukking en ballingschap gekomen waren door zonden, houdt bevrijding ervan vergeving in. Het gebed en ons leven zijn op dit punt onlosmakelijk met elkaar verbonden. Eén van de betekenissen die dit voor Jezus' volgelingen had, was dat zij het bijbelse gebod van het jubeljaar in praktijk brachten: ook geldelijke schulden werden vergeven. Dit gebed is gegeven zodat Jezus' volgelingen kunnen 'ademen' door wat Hij doet. Door deze ademhaling komen zij tot leven met zijn leven. Dit gebed werd verhoord bij het kruis: onze echte Exodus: het moment waarop de pijn van de zonde van de gehele wereld op één plaats bij elkaar kwamen en er voor altijd mee werd afgerekend. Op een dag zullen gerechtigheid en vrede, waarheid en genade heersen in Gods wereld. En de kerk moet de weg naar het leven voorleven en toegankelijk maken. Dit is de enige weg naar het leven, omdat het de weg van de vergeving is. Dit gebed is in de breedste betekenis een gebed voor de wereld. Sla je ogen omhoog, zie de wereld als één geheel. Dan zie je een wereld die zucht in barensnood en verlangt naar vrede en gerechtigheid. Kijk naar intriges, manipulaties, onrecht, ellende, misdaad, en voeg al die beelden samen tot één gebed - tot het beeld van de kleine joodse jongen die de varkens aan het voeren is in een ver land. Zeg dan met alle moed die je hebt "vergeef ons onze zonden" ofwel "ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tot hem zeggen: vader, ik heb gezondigd . . ." Maar, als je dit zegt in je gebed, met een wereld van pijn in je gezichtsveld, laat je biddende hart dan ook toe het volgende beeld te zien, waarbij de vader iets onvoorstelbaars doet, iets shockerends: hij rent de weg af om zijn bemodderde, aanmodderende zoon te ontmoeten. Laten we letten op nieuwe visioenen waarnaar de levende God ons in onze maatschappij wil laten streven. Werken en bidden voor een jubeljaar, kwijtschelding van schulden. Het tweede gedeelte van de bede is daarom een gebed van toewijding om in vrede en liefde te leven met al onze christelijke broeders en zusters. Het is een gebed waardoor wij elke dag worden herinnerd aan de noodzaak ons te verzoenen binnen de gemeenschappen waarbinnen wij leven. Als we bidden vanuit het gezichtspunt van de verloren zoon, moeten we leren bidden voor alle oudste broers, in kerk en wereld, die op dit moment vinden dat zij niet op het feest kunnen komen. We komen in de tegenwoordigheid van de Vader als geliefde kinderen, die er klaar voor zijn om feest te vieren aan zijn tafel. Voordat de maaltijd begint, is het natuurlijk goed onze handen te wassen. We moeten onze zonden belijden en vergeving ontvangen binnen het grote kader van het warme welkom van onze Vader en het vooruitzicht op het feestmaal. En als we de frisse lucht van Gods vergeving beginnen in te ademen, zullen we vast ook leren die weer uit te ademen.
En leidt ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze:
"Zie de dienstmaagd des Heren." We stellen ons beschikbaar om door grote vrees en de pijn van het baren heen, een vurige hoop te dragen. De wereld is nog steeds ontwricht, maar we weten dat Gods nieuwe wereld door de pijn en barensnood van het hier en nu heen, geboren zal worden. Onze taak is om te zeggen: "Zie de dienstmaagd des Heren" om zo het kanaal van Gods pijn en barensnood en zijn triomf van het kwaad te zijn. Jezus was degene die in verzoeking zou komen en die niet verlost zou worden van de boze. Deze roeping is uniek voor Jezus, want wij kunnen Hem niet volgen waar Hij gaat. De rest van ons heeft daarom de opdracht gekregen om te bidden dat we verlost worden van de macht van het kwaad. Dat gebed mogen we vol vertrouwen bidden, juist omdat Jezus die macht heeft ontmoet en voor eens en altijd heeft verslagen. Met deze bede erkennen we niet alleen het bestaan van het kwaad, maar zien ook Zijn overwinning op het kwaad. Als je bidt: "Verlos ons van het kwaad", adem je de overwinning van het kruis in, om stand te houden tegen de vernietigende kracht in ons en in de wereld. Wij zijn van nature bang om het kwaad dat in ons sluimert onder ogen te zien. Ook bang voor de vernedering om naar Gods oplossing te grijpen. Maar of we nu bang zijn of niet, dit is de weg die we moeten inslaan. We worden geroepen om dragers van Gods hoop en vrees te zijn, richtpunten van de hoop en vrees die de wereld heeft. Stel ons ertoe in staat dat wij de woorden van de aankondiging horen en, zij het bevend, zeggen: "Zie de dienstmaagd des Heren, Uw wil geschiede, verlos ons van de boze". Dit kan voor ieder van ons iets anders inhouden. Wanneer we dit gebed bidden, is het onze verantwoordelijkheid om onze blik te laten rusten op Gods kostbare en kwetsbare wereld en haar vaak onverstaanbare schreeuwen om hulp, redding en verlossing in het kort samen te vatten. Verlos ons van de verschrikkingen van de oorlog! Verlos ons van de menselijke stommiteiten en de afschuwelijke ongelukken die ze veroorzaken! Laat ons geen maatschappij worden met rijke bolwerken en krottenwijken! Laat ons niet overspoeld worden door geweld tussen mensen onderling of reacties van zelfrechtvaardiging! Red ons - van onszelf . . . en verlos ons van de boze.
Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen:
Gods koninkrijk is anders. Hij zal vrede zijn. De heerlijkheid van het gekomen kind is niet het soort heerlijkheid waar keizer Augustus en de zijnen voor werken, maar vol van genade en waarheid. Dit gebed is ten eerste het gebed van roeping en opdracht. Jezus is Koning van de gehele wereld, die een nieuwe invulling geeft aan de kracht en de heerlijkheid. We bidden dus of dit in de hele wereld wordt gezien. En wij bidden en werken zodat deze visie werkelijkheid wordt. Ten tweede is deze bede die van de menswording en de machtiging. Wij zijn gezalfd met de Geest van Jezus en wij leven als nieuwe koninklijke familie vanuit die totaal nieuwe invulling van het koningschap, die wij in de kribbe en het kruis ontdekken. Wanneer je dit gebed bidt, roep je daarmee de kracht van de Geest van Jezus aan. Wij werken voor de heerlijkheid van God als zijn gezalfde zonen. Ten derde is dit een gebed van vertrouwen en toewijding. We mogen de rest van het gebed met vertrouwen bidden, omdat God Koning is en is geworden in Jezus. Bidden in de naam van Jezus betekent dat je de Sterkste aanroept, en we ontdekken telkens opnieuw dat waar we voor willen bidden, langzaam verandert als we ons op Jezus zelf richten. Maar dat moeten we wel bereid zijn om onze plannen en verwachtingen door God te laten omvormen. We moeten onze blik op Hem gericht houden. We ontdekken dan dat Hij voor degenen die Hem liefhebben echt goede dingen heeft bereid. In het slot van het Onze Vader wordt de komst van Jezus op aarde gevierd en wordt zijn wederkomst, waardoor alles vervuld wordt, vurig verwacht.
Samenvatting van het boek "HET GEBED VAN JEZUS" van Tom Wright
|
|
|
 |
 opwekkingslied 601 - Deel door ons uw liefde uit
Religie/Christendom | Opwekkingslied
|
25 November 2007 | 23:14:23
 |
Opwekkingslied 601 - Deel door ons uw liefde uit
Deel door ons uw liefde uit
aan wie honger heeft en pijn.
Laat ons waar verdeeldheid is
uw vredestichters zijn.
Ons verlangen is alleen,
Heer, maak ons hart bereid,
dat door heel ons leven heen
uw liefde wordt verpreid.
Deel door mij uw liefde uit,
aan een medemens die lijdt.
Leer mij meer vervuld te zijn
met uw bewogenheid.
Mijn verlangen is alleen,
Heer, maak mijn hart bereid,
dat door heel mijn leven been
uw liefde wordt verspreid.
Openbaar uw koninkrijk
aan wie zoekt, aan arm en rijk.
Giet een stroom van liefde uit,
dat in ons en door ons, o Jezus,
uw liefde wordt verspreid. (2x)
Deel door ons uw liefde uit
tot de einden van de aard'.
Dat zich waar de dood nu heerst
nieuw leven openbaart.
Maak ons als uw werkers klaar
en sterk ons in de strijd,
tot wij mogen oogsten waar
uw liefde wordt verspreid.
Openbaar uw koninkrijk
aan wie zoekt, aan arm en rijk.
Giet een stroom van liefde uit,
dat in ons en door ons, o Jezus,
uw liefde wordt verspreid. (6x)
Deel door ons uw liefde uit,)
maak ons hart bereid. ) 4x
Deel door ons uw liefde uit,)
ja wij zijn bereid. ) 2x
Deel door mij uw liefde uit, )
ja ik ben bereid. ) 2x
Uw liefde wordt verspreid. (3x)
|
|
|
 |
 De kracht van het vergoten bloed van Jezus Christus
Religie/Christendom | Bloed van Jezus
|
16 Oktober 2007 | 07:21:47
 |
De kracht van het vergoten bloed van Jezus Christus
"U weet immers dat u niet met zoiets vergankelijks als zilver en goud bent vrijgekocht uit het zinloze leven, dat u van uw voorouders had geërfd, maar met kostbaar bloed, van een lam zonder smet of gebrek, van Christus."
1 Petrus 1:18,19 (NBV)
Inleiding
Wij weten dat elk mens een eigen bloedgroep heeft. Vroeger werd er gedacht dat het kind zijn bloedsoort van de vader ontvangt. Maar nu weten we dat het kind niet per se dezelfde bloedsoort van de vader zal krijgen, maar dit geldt ook met betrekking tot de moeder. Vroeger kon men drie verschillende bloedgroepen onderscheiden, maar dankzij de zich ontwikkelende medische wetenschap kan men nu ook andere factoren in het bloed onderscheiden, op grond waarvan men tot het vaststellen van veel meer bloedsoorten kan komen. De eigenschappen van het bloed worden bepaald door een unieke combinatie van de genen van de moeder en de vader die ontstaat bij de versmelting van het DNA. In het proces van de vorming van het nieuwe bloed zal een dominante invloed in het DNA van de nieuwe mens de bloedsoort bepalen.
Een dominante invloed in het DNA van de nieuwe mens bepaalt de bloedeigenschappen. Denk hierover eens na met betrekking tot Jezus. Hij had geen aardse vader, maar een hemelse, een geestelijke. Ongetwijfeld zal de Heilige Geest met zijn goddelijk zaad de grootste functie hebben vervuld bij het maken van de nieuwe mens en zijn bloed. Als we dit tot ons door laten dringen begrijpen wij veel beter dan vorige generaties dat het bloed van Christus kostbaar was. Het was geen gewoon menselijk bloed, dat door zijn aderen vloeide, maar bloed van een unieke kwaliteit. Het was dus geen gewoon menselijk bloed dat Hij uitstortte tijdens martelingen en de kruisiging op heuvel Golgotha. Een goddelijk, heilig, volmaakt, zondeloos mens, stortte zijn unieke bloed uit. De apostel Petrus schreef reeds onder inspiratie van de Heilige Geest: "U weet immers dat u niet met zoiets vergankelijks als zilver en goud bent vrijgekocht uit het zinloze leven, dat u van uw voorouders had geërfd, maar met kostbaar bloed, van een lam zonder smet of gebrek, van Christus."
Er zijn drie redenen waarom het bloed van Jezus een zeer kostbaar bloed was:
a. Jezus was zowel God als mens. En zijn bloed moet zowel goddelijke als menselijke
eigenschappen hebben gehad.
b. Jezus was zonder zonde en daarom was zijn bloed onbesmet, volkomen zuiver.
2 Korintiërs 5:21, "Hij die zonder zonde was is voor ons tot zonde gemaakt."
Hij kon zeggen: wie van u overtuigt mij van zonde? Johannes 8:46;
c. De dood van Jezus was het enige mensenoffer dat God accepteerde als verzoening
voor de zonde van de mens. Zijn bloed maakt verdere offers voor zonde onnodig.
Vijf zegeningen door het vergoten bloed van Jezus Christus:
1. Door het vergoten bloed van Jezus is onze zondeschuld
kwijtgescholden.
2. Door het bloed van Jezus worden wij in ons geweten
gereinigd van zondesmet.
3. Door het bloed van Jezus is er overwinning over
de aanklagende satanische macht.
4. Door het bloed van Jezus is er bescherming tegen en
overwinning over de macht van dood en duisternis.
5. Door het bloed van Jezus worden mensen geestelijk
aan elkaar verbonden.
1. Door het vergoten bloed van Jezus is onze zondeschuld kwijtgescholden
Tot de opstanding van Jezus was het een volslagen mysterie voor zijn volgelingen waarom Hij eigenlijk op zo'n beschamende en verschrikkelijke wijze aan zijn eind moest komen. Na zijn opstanding heeft Jezus het zelf duidelijk gemaakt dat Hij stierf als zondoffer voor de mensen. Hij legde aan de hand van de eeuwenoude wetten en inzettingen van Mozes en de geschriften van de profeten uit dat de Messias zou lijden en zijn leven als schuldoffer zou opofferen. Met het opofferen van zijn lichamelijk leven en het uitstorten van zijn bloed voldeed Hij voor anderen aan de goddelijke gerechtigheid die eiste dat de ziel die zondigt tegen zijn eigen God en Schepper het leven niet waard is. Daarom schreef Paulus in 2 Korintiërs 5:21, "Hem die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem." (NBG)
2. Door het bloed van Jezus worden wij in ons geweten gereinigd van zondesmet
De apostel schreef in Hebreeën 9:14 dat het bloed van Jezus, die door de eeuwige Geest zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigt van dode werken, zodat wij de levende God kunnen dienen. Het Griekse woord hier vertaald door 'bewustzijn' slaat eigenlijk op dat deel van ons bewustzijn dat we 'geweten' noemen. De Nieuwe Vertaling heeft hier correct dan ook 'geweten' staan.
Het geweten is dat deel in of van het bewustzijn dat al onze daden beoordeeld. Als wij goede daden doen zal het ons prijzen, maar als we verkeerde daden doen keurt het die af en tracht ons te stimuleren tot correctie. Een beschuldigend geweten is een innerlijke stem, die ons veroordeeld vanwege onze eigen verkeerde daden. Die innerlijke beschuldigende stem veroorzaakt als wij geen stappen ondernemen om onze eigen verkeerde daden te erkennen en recht te zetten disharmonie in ons. Een aantal moderne psychologische scholen is er zeker van dat de aanhoudende invloed van een schuldig geweten misschien wel de belangrijkste oorzaak van alle ziekmakende krachten in de mens is. De invloed van een constant beschuldigend geweten en het daardoor opgewekte schuldgevoel kan iemand psychisch en lichamelijk ziek maken - in dat laatste geval wordt er van psychosomatische ziekte gesproken. De negatieve druk van schuldgevoelens kunnen iemand vanwege de innerlijke disharmonie tot wanhoopsdaden en zelfs tot zelfmoord drijven.
Er is maar één geloof dat de mens effectief kan vrijzetten van de beschuldigende stem van het geweten en dat is het geloof in de vergeving door Jezus Christus. Een christen kan zingen: "Al mijn schuld is weggedaan door het dierbaar bloed van Jezus."
3. Door het bloed van Jezus is er overwinning over de aanklagende satanische macht
Er is een verschil tussen de beoordeling van je daden door je eigen geweten en de aanklagende, beschuldigende stem van de geestelijke macht van de duivel. Ik heb er reeds op gewezen dat de stem van het geweten je zal prijzen als je een goede daad hebt verricht maar een verkeerde daad zal afkeuren en je willen stimuleren tot correctie ervan.
Christenen kunnen echter door de duivelse geest worden bestookt om hen vanwege een begane misstap en hun zonden van hun heilszekerheid te beroven en hun geestelijke stabiliteit te ondermijnen. Ook klaagt hij de kinderen van God voor Gods troon aan en probeert ook daar de relatie tussen God en zijn kinderen te verstoren. Openbaring 12:10: "Want de aanklager van onze broeders en zusters, die hen dag en nacht bij onze God aanklaagde, is ten val gebracht." En dan vervolgt de schrijver: "Zij, de trouwe gelovigen, hebben hem, de grote aanklager - de draak, de slang, die duivel of satan wordt genoemd - dankzij het bloed van het Lam en dankzij hun getuigenis overwonnen."
De apostel Paulus die een fanatieke vervolger van de eerste christenen in Jeruzalem was geweest moet later last hebben gehad van satanische influisteringen. Veel uitleggers zien 1 Korintiërs 12:7 een verwijzing naar dergelijke satanische aanvallen. Ik denk dat vooral in stressvolle momenten als Paulus enigszins was verzwakt hij bij hem langs kwam en zoiets influisterde als: "Denk jij nu echt een begenadigd kind van God te zijn? Je weet toch dat je eerste gelovigen zo wreed hebt vervolgd? Hoor je nog dat gegil van die arme vrouwen en kinderen. Denk je nu heus dat God dat vergeten is?"
Een anekdote uit het leven van Luther. Toen Luther op de Wartburg vast zat bracht hij veel uren in eenzaamheid door en schreef. Hij kreeg last van de aanklager, die hem zijn vele fouten en zonden voorhield. Hij schreef ze alle op. Toen de satan gereed was en geen verdere zonden kon bedenken, schreef Luther over de lijst met grote letters: Het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon reinigt ons van alle zonde; zie 1 Johannes 1:7.
Broeders en zusters, houd het geloof in de vergeving van uw zonden, vast, ook al staan er duizend demonen naast u die u herinneren aan uw zonde. De apostel Johannes schreef in 1 Johannes 1:9: "Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad." Belijd dan uw zonde, indien u dit nog niet hebt gedaan, en geloof dat God op grond van het verzoenend offer van Christus u uw zonde vergeeft.
4. Door het bloed van Jezus is er bescherming tegen en overwinning over
de macht van dood en duisternis
Bij de eerste keer dat de Israëlieten in Egypte het Pascha aten, de nacht waarin zij uit Egypte zouden vertrekken - zie Exodus 12:21-23. - ging de dodende engel voorbij aan de huizen, waar aan de deurpost het bloed van het lam was gesmeerd. Al had de engel toch door de deur willen gaan, hij werd door de geestelijke kracht van God, verbonden aan dit bloed, tegengehouden. Er staat in Exodus 12:23: "De HEER…. hij zal de doodsengel geen toestemming geven om uw huizen binnen te gaan en u te treffen."
In de strijd tegen de boze geestelijke machten in de sferen om ons heen is het geloof in het bloed van Jezus een krachtig wapen om hen te doen wijken van je. Bij het uitdrijven van demonen is het bloed van Jezus altijd effectief. Demonen haten het bloed, maar niet alleen demonen, maar ook hen, die zich door geestelijke machten, die niet uit God zijn, laten beïnvloeden.
Twijfel je bijvoorbeeld aan de juiste geestelijke positie van een alternatieve, paranormale genezer, die jou met bijzondere psychische - zeg maar 'geestelijke krachten'- gaven of krachten wil trachten te genezen, vraag hem eens welke waarde het bloed voor Jezus voor hem heeft. Enige tijd geleden gaf ik het advies aan iemand, die perse naar een alternatieve genezer wilde gaan, want die had toch zo'n goede reputatie: vraag aan de genezer - het was een magnetiseur volgens mij - of hij gelooft in Jezus Christus en zijn vergoten bloed. Toen de vraag werd gesteld ontstak de genezer in woede en weigerde te behandelen.
5. Door het bloed van Jezus worden mensen geestelijk aan elkaar verbonden
Dit is wat de apostel Paulus ons in 1 Korintiërs 10:16 en in het volgende hoofdstuk leert als hij dieper ingaat op de viering van de maaltijd van de Heer: christenen vinden de basis voor hun eenheid in het geloof in het bloed van Christus. Ik citeer 1 Korintiéfs 10:16 (NBV): "Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus? Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het lichaam van Christus?" De apostel leert in 1 Korintiërs 12 dat de gemeente een geestelijk lichaam is, het lichaam van Christus, en in dit lichaam is het bloed van Jezus de stroom van het leven. De Heilige Geest waait en werkt in de gemeente op basis van die eenheid. Aan elk lid geeft Hij zijn plaats en gaven om in het lichaam te kunnen functioneren. Dit is prachtig onderwijs over de eenheid van en in de gemeente.
We kunnen het oneens met elkaar zijn over allerlei zaken - ook in die van de gemeente. We kunnen het oneens zijn over de structuur van en de organisatie binnen de gemeente. We kunnen het oneens zijn over of tienden wel of niet verplicht moeten zijn. We kunnen het oneens zijn over wanneer Jezus zal terugkomen, voor of na de grote verdrukking. We kunnen het oneens zijn met elkaar over of er wel of geen koekjes bij de koffie na de dienst moeten zijn. We kunnen met het elkaar oneens zijn over de geluidsversterking. We kunnen met het elkaar oneens zijn over zoveel zaken. Maar we zullen het niet oneens met elkaar zijn over de waarde van het bloed van Jezus voor een ieder persoonlijk.
Niemand van ons kan zeggen: ik heb zo goed geleefd, ik heb geen verlosser nodig. Niemand van ons heeft een eigen gerechtigheid voor God. Niemand kan het zonder een Verlosser stellen. We hebben allen Jezus nodig en we zijn allen persoonlijk behouden door het geloof dat Jezus voor onze zonden gestorven is. Als Jezus niet zijn bloed had gestort en zijn leven had gegeven was ik een verloren zondaar en nog altijd onder de toorn van God. Dit geldt voor een ieder, voor u, voor jou en dus ook voor mij.
Slot
Ik denk aan het verhaal van die zoekende Joodse man. Hij had zo lang gezocht naar vergeving van zijn zonde en naar vrede met God en in zijn ziel. Hij kende de wetten van Mozes. Hij wist dat er altijd een offer voor de vergeving van zonde moest worden gebracht, want er staat geschreven in Leviticus 17:11 dat het bloed verzoening voor de zonde bewerkt; zie ook Hebreeën 9:22. Maar er is reeds lang - het jaar 70 A.D. - geen Joodse tempel meer waar de offers gebracht kunnen worden en het bloed van de dieren zou moeten vloeien. En er is geen echte Grote Verzoendag meer, waarop met de voorgeschreven offers vergeving voor alle zonde van het afgelopen kan worden bewerkstelligd. Hij had zo lang gezocht naar vergeving en vrede, maar had het niet gevonden. Op een dag liep hij door de straten van Ankara met die onrust in zijn hart. Hij kwam voorbij een gebouwtje, dat blijkbaar aan een christelijke gemeente behoorde. De deur stond open, het was zondag, er was een kerkdienst aan de gang. Juist toen de man, hij was oud geworden, de zaal binnen kwam, riep de prediker: "Het bloed van Jezus Gods Zoon reinigt van alle zonde." De oude Jood werd als door de bliksem getroffen, zijn hart werd geopend en hij zag voor het eerst de bevrijdende waarheid; het offer van Jezus de Messias en zijn vergoten bloed, dat was het offer dat JaHWeH had vereist en hij geloofde. Hij kreeg rust en vrede met God en werd een vurige verkondiger van het evangelie.
Ben je ook tot het geloof gekomen dat het bloed van Jezus jou redt van je zondeschuld en dat je door dit bloed eeuwig leven hebt ontvangen?
Indien je nog niet gelooft in de vergevende en verzoenende kracht van het bloed van Jezus, roep ik je op om op dit moment te gaan geloven. Er is kracht in het bloed van Jezus om ook jou te bevrijden en te reinigen. Ervaar het - het is een wonderbare kracht! Want het is een eeuwige waarheid: het bloed van Jezus devalueert niet in waarde. Ook vandaag heeft het de kracht jou van alle zondeschuld te verlossen. Amen.
|
|
|
 |
 Het oordelen
Religie/Christendom | Het oordelen
|
16 Oktober 2007 | 07:07:47
 |
Het oordelen (1)
De verhouding met medegelovigen.
We dienen te Heer tezamen met onze broeders en zusters en zijn één grote familie met dezelfde hemelse Vader. En evenals in een gewone familie de onderlinge relaties van belang zijn, zo zijn ook de onderlinge relaties binnen de geestelijke familie van belang. Op vele plaatsen in het Nieuwe Testament worden we opgeroepen om onze broeders en zusters lief te hebben. Het is waar dat het gebod van de liefde geldt voor de naaste in het algemeen, maar ze geldt toch zeker voor de medegelovigen in het bijzonder. In 2 Petrus 1:7 lezen we ook dat de liefde jegens allen wordt geschraagd (ondersteund) door de broederliefde.
Het liefhebben van medegelovigen is echter geen vanzelfsprekende zaak. Alleen al het feit dat er een oproep (of gebod) is om elkander lief te hebben onderstreept dit (bijv. in 1 Petrus 1 : 22 en 23). Liefhebben is ook meer een kwestie van de wil om lief te hebben dan alleen van woorden of een bepaald gevoel. Wanneer we de wil hebben en tonen om het gebod van de liefde te gehoorzamen dan zal ook de liefde als deel van de vrucht van de Geest in ons groeien. Het is dan ook nodig om die zaken in ons leven te vermijden die de relatie met onze broeders en zusters vertroebelen. Eén van die oorzaken is het oordelen over elkaar. Ik geloof dat er weinig dingen zijn die zoveel schade aan het lichaam van Christus hebben toegebracht als het oordelen. Maar wat is oordelen en wat is er verkeerd aan?
Is elke vorm van oordelen wel verkeerd en zo niet, welke vorm van oordelen veroordeelt de Heer Jezus dan in Mattheüs 7: 1-7?
Wat is er eigenlijk verkeerd aan oordelen?
Het is niet zo eenvoudig om uit te leggen wat oordelen eigenlijk is. We geven eerst enkele teksten:
Spreuken 24:25 "...maar hun die recht oordelen, gaat het goed, over hen komt de zegen van voorspoed".
Mattheüs 7:1 en 2 "Oordeelt niet opdat gij niet geoordeeld worde; want met het oordeel waarmee gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden".
Lukas 12:57 "En waarom oordeelt gij niet uit uzelf wat recht is?"
Joh. 7:24 "Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt met een rechtvaardig oordeel".
Joh. 8:15 en 16 "Gij oordeelt naar het vlees. Ik oordeel niemand, en indien Ik al oordeel, dan is mijn oordeel waarachtig, want Ik ben niet alleen, maar Ik en die Mij gezonden heeft."
1 Corinthiërs 5:12 "Oordeelt ook gij niet alleen hen. die in uw kring zijn?"
1 Corinthiërs 6:2 "Of weet gij niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen?"
2 Timomtheüs 2:17 en 18 "...en hun woord zal voortwoekeren als de kanker. Tot hen behoren Hymeneus en Felitus....."
Het woord 'oordelen' heeft volgens Kramers woordenboek verschillende betekenissen: achten, zijn mening uiten, goed- of afkeuring uiten, zich met inzicht over iets uitspreken, rechtspreken, vonnis wijzen.
Enkele van deze betekenissen komen we tegen in de gegeven teksten.
De betekenis waarin wij het vaak gebruiken is: zijn mening uiten. Dikwijls heeft dit echter betrekking op personen en is die mening nogal eens negatief zodat bij ons oordelen vaak neerkomt op: zijn afkeuring uiten, bekritiseren, of nog erger: roddelen.
De Heer Jezus spreekt in Mattheüs 7 duidelijke taal: "Oordeelt niet...."
Hij noemt er gelijk een reden bij: "opdat gij niet geoordeeld worde; want met het oordeel waarmee gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden".
De uitleg hiervan geeft problemen.
Duidelijk is dat de maat die we voor anderen gelegd hebben ook op ons toegepast zal worden. Het probleem dat hier naar voren komt is of christenen dan nog wel geoordeeld worden. Persoonlijk geloof ik van wel al zal dit niet meer leiden tot een veroordeling in de zin van verloren gaan. In de eerste plaats kan er wel degelijk sprake zijn van een oordeel tijdens het leven van een christen. In 1 Corinthiërs 11:32 staat: "Want onder het oordeel des Heren worden wij getuchtigd opdat wij niet met de wereld veroordeeld zullen worden".
Verder moet een christen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden (2 Corinthiërs 5:10). Het lijkt er op dat hier de werken van de christen beoordeeld worden en het loon wordt vastgesteld. Mogelijk moet er ook nog verantwoording afgelegd worden over onbeleden zonden. Zal Christus dan hier nog op één of andere manier een maat gebruiken waarmede we zelf gemeten hebben? Dit lijkt waarschijnlijk!
Men vindt ook nog wel eens een tekstwijzing naar Romeinen 2:1 "Want wanneer gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelf..." Maar hier spreekt Paulus over de Joden die Christus niet belijden terwijl de Bergrede voor Christenen bedoeld is.
We moeten ons wel afvragen welke vorm van oordelen we moeten afwijzen, want uit de gegeven teksten blijkt al dat niet alle 'oordelen' verkeerd is. Hiervoor gaan we eerst weer naar het gedeelte van Mattheüs 7:1-6. Uit de verzen 3, 4 en 5 blijkt duidelijk welke vorm van oordelen de Heer Jezus hier veroordeelt: 'je afkeuring uitspreken over 'iets' in het leven van een medebroeder of -zuster zonder dat je eigen geestelijk leven op orde is. In zo'n geval ben je een huichelaar. We zijn zelfs niet goed in staat om te oordelen als ons eigen geestelijk leven niet in orde is (balk in eigen oog). Zelfs de Heer Jezus, die een volkomen rein leven had, had Zijn hemelse Vader nodig om juist te kunnen oordelen (Johannes 8:15 en 16). Als ons geestelijk leven wel op orde is dan zullen we vervuld zijn van de Heilige Geest en met de liefde van God. Dan zullen we in staat zijn om rechtvaardig te oordelen (Johannes 7:24). Dan zullen we de splinters bij andere gelovigen kunnen wegnemen, omdat we hen liefhebben en hun opbouw op het oog hebben. "Het doel van alle vermaning is liefde uit een rein hart, uit een goed geweten en een ongeveinsd geloof"(1 Timotheüs 1:15). Op deze wijze kunnen we medegelovigen terecht helpen in een geest van zachtmoedigheid (Galaten 6:1).
Meer in het algemeen kun je stellen dat het verkeerde oordelen is:
De toevoeging 'vanuit een verkeerde geestelijke gesteldheid" is essentieel, omdat het uitspreken van afkeuring over een bepaalde situatie niet verkeerd hoeft te zijn en zelfs noodzakelijk kan zijn. De apostel Paulus oordeelde met een rechtvaardig oordeel toen hij zei, dat Hymeneus en Felitus uit het spoor der waarheid waren geraakt (1 Timotheüs 2:17 en 18). Deze lieden braken het geloof van anderen af door hun bewering dat de opstanding reeds had plaatsgehad en het was nodig om de gelovigen hiervoor te waarschuwen.
Dwaalleraren herken je aan de vruchten (Mattheüs 7:16) en als zodanig mogen ze, sterker nog: moeten ze als dwaalleraar geoordeeld worden.
(Het oordelen 2...zie reactie) |
|
|
 |
 Psalm 46:10
Religie/Christendom | Overdenking
|
14 Oktober 2007 | 23:34:02
 |
|
Psalm 46:11 (NBV)
11 ‘Staak de strijd, en erken dat ik God ben, verheven boven de volken, verheven boven de aarde.’
Psalm 46:11 (NBG)
11 Laat af en weet, dat Ik God ben;
Ik ben verheven onder de volken, verheven op de aarde.
|
|
|
|
|
|